8 juli 2016

Sinds 1 mei 2016 loopt een werknemer die in het zwart werkt het risico op een boete wanneer hij wist dat zijn arbeid niet aangegeven werd en er een proces-verbaal werd opgesteld tegen de werkgever. Dat staat in het nieuwe artikel 183/1 van het Sociaal Strafwetboek, dat werd ingevoerd door de wet van 29 februari 2016. Vroeger was dat alleen een risico voor de werkgever.

De wijziging riep vragen op naar de bescherming van kwetsbare werknemers. Een interne richtlijn van de dienst administratieve geldboetes geeft daarom garanties voor werknemers die zelf klacht indienen en voor slachtoffers van mensenhandel of uitbuiting.

Zwartwerk versus illegale tewerkstelling

Zwartwerk betekent dat de werkgever niet in orde is met het sociaal recht, doordat hij zijn sociale en fiscale verplichtingen niet naleeft. Dit staat los van het verblijfsrecht van de werknemer. Zowel personen in wettig verblijf als in onwettig verblijf lopen bijgevolg het risico op een boete wanneer zij in het zwart werken.

Illegale tewerkstelling betekent dat er een probleem is met het verblijfsrecht of de arbeidskaart van de werknemer. Een werknemer zonder wettig verblijf zal, in tegenstelling tot de werkgever, voor de illegale tewerkstelling niet gestraft worden.

Voorwaarden en uitzonderingen

Om als werknemer gestraft te kunnen worden voor zwartwerk, moeten twee voorwaarden cumulatief vervuld zijn:

  • de werknemer oefende wetens en willens de arbeid uit, wetende dat deze niet aangegeven werd
  • tegen de werkgever werd een proces-verbaal opgesteld voor de niet-aangegeven tewerkstelling

Als deze voorwaarden vervuld zijn, loopt de werknemer het risico op een sanctie van niveau 1. Dit betekent dat het kan gaan om een strafrechtelijke geldboete tussen 60 en 600 euro.

De wet voorziet een uitzondering voor werknemers die terzelfdertijd een vervangingsuitkering krijgen. Door het zwartwerk lopen zij het risico deze uitkering te verliezen. Zij worden dus niet extra beboet.

Garanties voor werknemers die zelf klacht indienen en voor slachtoffers mensenhandel of uitbuiting

Na overleg tussen Pag-asa, Myria en OR.C.A. en de dienst administratieve geldboetes werd een interne richtlijn opgesteld met enkele belangrijke garanties. In de volgende gevallen zal de hierboven besproken boete niet worden opgelegd:

  • de werknemer dient zélf klacht in tegen zijn werkgever, waarbij het niet relevant is of de werknemer al dan niet wettig in België verblijft
  • de werknemer is een (potentieel) slachtoffer van mensenhandel
  • de werknemer wordt uitgebuit.

In een begeleidend schrijven zal aan de werknemer die een boete werd opgelegd meegedeeld worden dat hij contact kan opnemen met één van de centra mensenhandel, Myria of OR.C.A. Als later blijkt dat de werknemer toch het slachtoffer van mensenhandel of uitbuiting is, kan de boete geannuleerd worden.

Conclusie

Door zwartwerk ook strafbaar te maken voor de werknemer, legt het nieuwe artikel 183/1 van het Sociaal Strafwetboek een zware last op de schouders van kwetsbare werknemers en wordt voor het eerst niet langer alleen de werkgever geviseerd. Een werknemer die zelf klacht indient tegen zijn werkgever, loopt geen risico. De hierboven besproken garanties gelden ook voor werknemers in onwettig verblijf.