De doelgroep van het Vlaamse inburgeringsbeleid

'Inburgeraars' zijn alle mensen van 18 jaar of ouder die krachtens het inburgeringsdecreet recht hebben op een inburgeringstraject.

Een deel van hen is bovendien verplicht om een inburgeringstraject te volgen.

Hieronder vind je de afbakening van de doelgroep in grote lijnen.

De regels zijn erg complex. Voor alle details: download onze brochure 'Juridische afbakening van de doelgroep van inburgering in Vlaanderen en Brussel'

Wie heeft recht op een inburgeringstraject?

Iedereen die in een gemeente in het Vlaams of Brussels gewest ingeschreven is in het Rijksregister (dus het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister):

  • als vreemdeling met een wettig verblijf in België, tenzij als dat verblijfsstatuut niet langer dan een jaar kan duren (ook niet na verlenging), en tenzij als het gaat om een asielzoeker van wie de asielprocedure nog geen vier maanden loopt
  • of als Belg die in het buitenland geboren is én van wie minstens één ouder ook in het buitenland geboren is

Welke vreemdelingen behoren niet tot de doelgroep van inburgering?

Vreemdelingen die niet ingeschreven worden in het Rijksregister:

  • toeristen (met alleen een aankomstverklaring)
  • diplomaten
  • vreemdelingen zonder wettig verblijf.

Vreemdelingen die uitgesloten zijn van de doelgroep:

  • asielzoekers van wie de asielprocedure nog geen vier maanden loopt
  • vreemdelingen met een verblijfsstatuut dat niet langer dan een jaar kan duren, ook niet na verlenging (verblijf met een 'tijdelijk doel')

De verplichting in het Vlaams Gewest

Wie is in het Vlaams Gewest verplicht een inburgeringstraject te volgen?

Sommige inburgeraars moeten zich binnen de drie maanden nadat ze doelgroep worden, aanmelden en het vormingsprogramma van het primaire inburgeringstraject volgen. Over wie gaat het?

1. Vreemde nieuwkomers die voor het eerst ingeschreven zijn in het Rijksregister met een verblijfstitel voor meer dan drie maanden. Dat is een verblijfsdocument dat meer dan 3 maanden geldig is of een verblijfsbeslissing die recht geeft op zo'n document.
Die eerste verblijfstitel in België moet bovendien gaan over een van deze verblijfsstatuten:

  • gezinsmigrant van buiten de EU, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen of Zwitserland. De verplichting geldt alleen bij:
    • gezinshereniging met een Belg die geen gebruik maakte van het vrij verkeer in de EU, EER en Zwitserland
    • gezinshereniging met iemand van buiten de EU, EER of Zwitserland die een verblijfsrecht in België heeft (tenzij die persoon zelf een verblijf met 'tijdelijk doel' heeft en daardoor geen doelgroep is, of een arbeidsmigrant of studiemigrant of gezinslid daarvan is en daardoor vrijgesteld van de inburgeringsplicht).
  • erkende vluchteling
  • persoon met het statuut van subsidiaire bescherming
  • slachtoffer van mensenhandel
  • humanitair of medisch geregulariseerde of persoon met een discretionaire verblijfsvergunning

2. Vreemde nieuwkomers zijn ook verplicht als ze na 28/2/2016 pas ingeschreven worden in een Vlaamse gemeente nadat ze minder dan 5 jaar geleden voor het eerst als 18+ ingeschreven werden in het Rijksregister in een Waalse of Brusselse gemeente, als ze een verblijfstitel van meer dan 3 maanden hebben in het kader van een verblijfsstatuut dat hen verplicht (zie hierboven).

3. Belgische nieuwkomers: personen die in het buitenland Belg geworden zijn en die voor het eerst in België ingeschreven zijn. Ze zijn ingeschreven in het Rijksregister in een Belgische gemeente en zijn tussen de 18 en 65 jaar oud. Ze moeten in het buitenland geboren zijn uit minstens een ouder die in het buitenland geboren is. 

4. Belgische nieuwkomers zijn ook verplicht als ze na 28/2/2016 pas ingeschreven worden in een Vlaamse gemeente nadat ze minder dan 5 jaar geleden voor het eerst als 18+ ingeschreven werden in het Rijksregister in een Waalse of Brusselse gemeenteZe moeten in het buitenland geboren zijn uit minstens een ouder die in het buitenland geboren is.

5. Minderjarige anderstalige nieuwkomers die 18 jaar worden en nog geen twaalf opeenvolgende maanden ingeschreven zijn in het Rijksregister. Ze hebben een verblijfstitel van meer dan drie maanden.

6. Bedienaars van erkende erediensten met een verblijfstitel van meer dan drie maanden

Wie wordt vrijgesteld van de inburgeringsverplichting?

Sommige mensen behoren tot de hierboven vermelde groepen, maar worden toch vrijgesteld van de verplichting:

  • 65-plussers (behalve bedienaars van erkende erediensten)
  • onderdanen van de EU, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen of Zwitserland en hun gezinsleden volgens een strikte definitie
  • Belgen en hun gezinsleden die gebruik gemaakt hebben van het vrij personenverkeer in de Europese Unie
  • personen van buiten de EU, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen of Zwitserland die 'langdurig ingezetene' zijn in een EU-lidstaat en die daar al aan integratievoorwaarden voldaan hebben. Zij zijn vrijgesteld van de cursus maatschappelijke oriëntatie. Zij moeten alleen een cursus Nederlands volgen
  • arbeids- of studiemigranten (en hun gezinsleden) (behalve bedienaars van erkende erediensten).
  • mensen met een getuigschrift of diploma van onderwijs in België of Nederland (behalve bedienaars van erediensten) of van een volledig jaar onthaalonderwijs
  • ernstig zieken of mensen met een handicap, voor wie het volgen van een inburgeringstraject definitief onmogelijk is
  • mensen die het attest van inburgering al behaald hebben

Sancties

Inburgeraars kunnen een administratieve geldboete krijgen in de volgende gevallen:

  1. Een inburgeraar houdt zich niet aan de verplichting.
    De boete loopt op bij elke nieuwe inbreuk, van 50 tot 5000 euro.
    Ze ontslaat de betrokkene niet van de verplichting,
  2. Een inburgeraar tekende vrijwillig een inburgeringscontract in Vlaanderen, en beëindigt daarna de vormingscursus onrechtmatig en vroegtijdig.
    De boete bedraagt 150 euro. Deze boete geldt niet voor wie in het Brussels gewest ingeschreven is.

De boetes gelden niet als de inburgeraar OCMW-steun of een werkloosheids- of wachtuitkering heeft. Dan kan alleen het OCMW of de VDAB een sanctie opleggen (met betrekking tot de steun).

Extra informatie