Vooraf

Voer eventueel een kort voorgesprek met de tolk. Dat moet je ook vooraf aanvragen.

Waarover gaat dat?

  • je schetst de aard van het gesprek
  • je vermeldt je specifieke terminologie
  • je duidt de situatie waarin het gesprek plaatsheeft.

Het voorgesprek moet neutraal verlopen, om de onpartijdigheid van de tolk niet in het gedrang te brengen.

Vermijd dat er vooraf contact is tussen de cliënt/patiënt en de tolk (bijvoorbeeld in de wachtzaal, op weg naar het gesprek). Dat is nodig om de onpartijdigheid van de tolk te waarborgen.

Tijdens het tolkgesprek

Duur

Het gesprek duurt niet langer dan afgesproken, tenzij in overleg met de tolk.

Laat de tolk ook niet onnodig wachten.

Jouw taal en spreekstijl

  • Structureer je gesprek.
  • Let op je taal: spreek geen dialect. De tolk is misschien niet vertrouwd met jouw streektaal.
  • Herhalen is nuttig: herformuleer je vraag, vat je boodschap nog eens samen als dat nodig is.
  • Spreek niet te lang achter elkaar. Spreek in afgesloten gedachte-eenheden.
    Maar spreek ook niet zin per zin of in halve zinnen. Dat maakt de samenhang voor de tolk onduidelijk.

Spreekstijl van de tolk

De tolk gebruikt de ik-vorm. Hij vertaalt dus exact wat hij hoort.

Voorbeeld:
De cliënt zegt: “¡No me encuentro bien!”
De tolk vertaalt: “Ik voel mij niet goed!” (en niet: “Hij zegt dat hij zich niet goed voelt.”)

De driehoek

Ga in een driehoek zitten (bij tolken ter plaatse).

De tolk zet zich strategisch tussen jou en je cliënt in, zodat jullie zich rechtstreeks tot elkaar kunnen richten. Dat heet de triadische relatie.

‘Triadische relatie’ bij getolkt gesprek tussen patiënt en arts.

‘Triadische relatie’ bij getolkt gesprek tussen patiënt en arts.

Het verloop van het gesprek

Aan het begin maakt de tolk zijn positie en functie aan de cliënt/patiënt en aan jou duidelijk. Dat doet hij of zij door zich in beide talen voor te stellen. Geef hem de tijd daarvoor.

“Ik ben de tolk Nederlands – taal X.
Ik zal alles tolken wat er gezegd wordt, zonder toevoegingen, weglatingen of wijzigingen.
Ik ben tot geheimhouding verplicht.
Ik ben onpartijdig.
Ik zal tolken in de ik-vorm.”

Je kan er als hulpverlener ook voor kiezen om zelf de tolk voor te stellen.

Vier belangrijke richtlijnen:

1. Praat rechtstreeks tegen je anderstalige cliënt/patiënt, niet tegen de tolk

De tolk is géén gesprekspartner. Hij of zij is er alleen om de communicatie tussen jou en de cliënt mogelijk te maken.

2. De tolk brengt alles over wat tijdens het gesprek gezegd wordt.

Wat niet getolkt mag worden, zeg je dus beter niet!

3. De tolk is neutraal en onpartijdig.

Hij neemt niet deel aan het gesprek.

Vraag de tolk dus niet naar zijn of haar mening.

Vraag niet om extra uitleg. Heb je vragen over de cultuur van je cliënt, stel ze dan aan je cliënt, niet aan de tolk.

Heeft de cliënt uitleg nodig over onze gebruiken, geef ze hem dan zelf. Vraag niet aan de tolk om dat te doen. De tolk houdt geen onderonsjes.

4. De tolk moet altijd kwaliteit kunnen garanderen.

De tolk mag de opdracht staken als hij/zij geen kwaliteit kan leveren. Bijvoorbeeld: de taal van de cliënt is niet verstaanbaar; er is te veel lawaai; de cliënt is agressief…

Tolken vergt ook veel concentratie. Een tolk mag dus in overleg met de hulpverlener een rusttijd vragen.

Je organisatorische verantwoordelijkheden

Hoe zorg je zelf voor een goed verloop? Vier tips.

1. Laat het gesprek plaatsvinden in een rustige omgeving. Zorg ervoor dat je niet gestoord wordt tijdens het tolkgesprek.

2. Geef de tolk geen andere opdrachten.

Wat de tolk ter plaatse niet doet:

  • cliënten/patiënten vervoeren (hij is daarvoor ook niet verzekerd!);
  • cliënten/patiënten begeleiden naar andere diensten of deelwerkingen;
  • documenten invullen of van het blad vertalen. Je overloopt als hulpverlener zelf het relevante document met je cliënt;
  • koffie halen.

3. Laat de tolk niet alleen met de cliënt/patiënt. Dat kan zijn onpartijdigheid aantasten. De cliënt/patiënt kan de tolk persoonlijke informatie geven of vragen, en dat kan een invloed hebben op het tolkgesprek.

4. Bescherm de privacy en de fysieke integriteit van de tolk.

  • Vermeld de naam van de tolk niet.
  • Behoed de tolk voor gevaar (bijvoorbeeld tegen besmetting of geweld).

Wat is er nodig voor een telefonisch tolkgesprek?

Heb ik een speciaal telefoontoestel nodig?

Niet noodzakelijk. Je kunt een handsfree telefoontoestel of een telefoon met luidspreker gebruiken, maar het hoeft niet. Je kunt de hoorn ook aan elkaar doorgeven tijdens het gesprek.

Na de tolkopdracht

Na het gesprek vul je de prestatiefiche in. In de prestatiefiche vermeld je onder andere de exacte duur van de opdracht.

Neem contact op met de tolkendienst als

  • de tolk niet of laattijdig op de afspraak was
  • de cliënt afwezig was
  • je opmerkingen of vragen hebt bij het tolkgesprek.

Meer info vind je in de afsprakennota.


Extra informatie