Je aanvraag voor humanitaire regularisatie (9bis) kan leiden tot verschillende soorten beslissingen. Je herkent de soort beslissing aan de vermelding van de woorden die in vet in deze tekst staan.

Positieve beslissing

DVZ (of de minister/staatssecretaris) kent je aanvraag toe. Je aanvraag is ontvankelijk en gegrond.

Een positieve regularisatiebeslissing (9bis) is een ‘machtiging tot verblijf’ voor meer dan drie maanden.

Deze verblijfsmachtiging kan voor een beperkte duur, of voor een onbeperkte duur zijn. De duur van je verblijfsmachtiging hangt samen met het toegekende criterium uit de instructie van 19 juli 2009. Dat staat in het bijhorende vademecum van 21 september 2009:

  • punten 1.1 tot en met 2.8.A: steeds onbeperkte duur. Deze regularisaties komen nog weinig voor omdat sommige punten minder dan vroeger voorkomen (bijvoorbeeld lange asielprocedure), omdat sommige punten ondertussen een recht op gezinshereniging zijn geworden, en omdat sommige punten aan data uit het verleden gebonden zijn. 
  • punt 2.8.B: beperkte duur van 1 jaar, met eventuele vernieuwing als je op het einde van het jaar opnieuw een arbeidskaart B voorlegt. Deze regularisatie is gebonden aan een oorspronkelijke aanvraagdatum tussen 15-09-2009 en 15-12-2009. Deze regularisatie wordt pas na 5 jaar toegekend voor onbeperkte duur. Je vraagt het onbeperkt verblijf best zelf expliciet aan.
  • andere criteria of situaties: DVZ bepaalt vrij voor welke duur je verblijf gemachtigd wordt. Soms is dat onbeperkt. Maar meestal is het 1 jaar en legt DVZ bepaalde voorwaarden op die je moet vervullen om een verlenging te krijgen na dat jaar. Vaak legt DVZ een voorwaarde op om te werken (met arbeidskaart C) of een voorwaarde om niet afhankelijk te zijn van OCMW-steun. Als je die voorwaarde niet kan vervullen en je toch een verlenging wil, moet je dat motiveren in je aanvraag tot verlenging. Deze regularisatie wordt pas na 5 jaar toegekend voor onbeperkte duur. Je vraagt het onbeperkt verblijf best zelf expliciet aan.

Negatieve beslissing

De gemeente kan je 9bis aanvraag afwijzen omdat je niet feitelijk op hun grondgebied verblijft. De gemeente neemt je aanvraag dan ‘niet in overweging’.

De gemeente of DVZ kan je 9bis aanvraag afwijzen omdat je geen betalingsbewijs overmaakte van 215 euro bijdrage in administratieve kosten, per persoon van 18 jaar of ouder die de 9bis aanvraag (mee) indient. De gemeente of DVZ verklaart je aanvraag dan onontvankelijk.

DVZ (of de minister/staatssecretaris) kan je aanvraag afwijzen omdat je aanvraag onontvankelijk is, of ongegrond is, of zonder voorwerp is.

Je 9bis aanvraag is onontvankelijk als:

  • je geen identiteitsdocumenten hebt voorgelegd, en je geen voldoende motivering hebt gegeven waarom dat onmogelijk is,  en je ook niet vrijgesteld bent wegens lopende asielprocedure of -beroep
  • je geen buitengewone omstandigheden voor een aanvraag in België hebt aangetoond
  • je geen nieuwe elementen hebt tegenover een vorige aanvraag
  • je geen betalingsbewijs overmaakte van 215 euro bijdrage in administratieve kosten, per persoon van 18 jaar of ouder die de 9bis aanvraag (mee) indient.

Als je 9bis aanvraag wel ontvankelijk is, kan DVZ je aanvraag nog afwijzen omdat ze ongegrond is. DVZ wijst dan je argumenten ten gronde af.

Als je op het moment dat DVZ beslist over je 9bis aanvraag al een definitieve verblijfsvergunning hebt, of als je overleden bent, dan verklaart DVZ je 9bis aanvraag 'zonder voorwerp'.

Als DVZ een negatieve beslissing neemt, moet DVZ de redenen van weigering vermelden en motiveren.

DVZ kan gelijktijdig een 'BGV' (bevel om het grondgebied te verlaten) afgeven, als er geen andere basis voor een wettig verblijf is.

Als je een nieuwe aanvraag om machtiging tot verblijf op basis van artikel 9bis Vw. indient, terwijl een eerdere aanvraag op basis van dezelfde rechtsgrond hangende is, zal de DVZ enkel de laatste aanvraag in behandeling nemen. De betrokkene wordt geacht afstand gedaan te hebben van de eerdere aanvraag.

Betekening van de beslissing

DVZ stuurt een positieve of negatieve 9bis beslissing naar de gemeente waar de aanvraag ingediend is (of de gemeente waar je intussen naar verhuisd bent als je die adreswijziging aan de eerste gemeente én aan DVZ liet weten). Vervolgens roept de gemeente je op en betekent ze de beslissing. Dat wil zeggen dat ze je de beslissing officieel overmaakt.

Sinds 10 januari 2011 geeft DVZ ook kennis van zijn 9bis beslissing aan de ‘gekozen woonplaats’ van betrokkene voor de 9bis aanvraag. Voor aanvragen vanaf 10 januari 2011 moet de aanvrager een gekozen woonplaats opgeven: dat kan bv. het eigen adres of het adres van de advocaat zijn.

Beroep

Als DVZ (of de minister/staatssecretaris, of de gemeente) je 9bis aanvraag afwijst, kan je beroep instellen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). Als DVZ gelijktijdig met of een tijd na de 9bis afwijzing een BGV aflevert, stel je best een beroep in zowel tegen de 9bis afwijzingsbeslissing als tegen het BGV.

Er zijn twee beroepen mogelijk bij de RvV: een annulatieberoep, en eventueel ook een schorsingsberoep (gewoon, of hoogdringend in “UDN”).Je moet het beroep binnen de 30 dagen na de betekening instellen (15 dagen als je in een gesloten centrum wordt vastgehouden). Een hoogdringend schorsingsberoep (in “uiterst dringende noodzakelijkheid”) moet je binnen de 3 werkdagen (of 5 dagen) indienen om een automatisch schorsend effect te hebben; het kan ook nog na 3 werkdagen (of 5 dagen) (binnen de beroepstermijn) maar dan moet je duidelijk aantonen dat artikel 3 EVRM zou geschonden worden bij repatriëring. Na de beroepstermijn kan je toch nog een UDN schorsingsberoep indienen als je overmacht aantoont (anders is het beroep onontvankelijk).

Opgelet, de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen beoordeelt vanaf 1 maart 2016 enkel het laatst ingediende verzoekschrift tegen een beslissing genomen op basis van artikel 9bis Vw.

De verzoekende partij wordt geacht afstand te doen van het eerder ingediende beroep, wanneer:

  • hij een beroep indient tegen een beslissing genomen op basis van artikel 9bis Vw,
  • terwijl een beroep tegen een eerder tegen hem getroffen beslissing op basis van hetzelfde artikel nog hangende is.

Het is dus belangrijk om steeds alle nuttige elementen aan te brengen. Door de afstand van het eerder ingediende beroep, wordt de beslissing van DVZ over de eerdere aanvraag namelijk definitief.

Er is een uitzondering voorzien als de verzoekende partij kan aantonen nog belang te hebben bij het eerdere beroep. Er wordt dus een weerlegbaar vermoeden van afstand van het eerdere beroep ingevoerd. Weerlegging is bijvoorbeeld mogelijk als er hogere rechtsnormen in het gedrang zijn. Het vermoeden van afstand van de eerdere procedure zal steeds in de beschikking worden meegedeeld. Wie meent een belang te hebben kan dit aantonen:

  • op de zitting of
  • in voorkomend geval bij een louter schriftelijke procedure, door te vragen om gehoord te worden en dit vervolgens op deze zitting aan te tonen.

Wat na annulatie?

Als de RvV de 9bis beslissing annuleert, moet de bevoegde overheid een nieuwe 9bis beslissing nemen over je originele aanvraag. Je moet geen nieuwe 9bis aanvraag indienen.

Je kan wel nieuwe elementen of nieuwe bewijzen voor je humanitaire regularisatie aan DVZ bezorgen. DVZ moet rekening houden met alle elementen die je hebt bezorgd voor zijn beslissing.

Lees hoe je nieuwe elementen voor een 9bis beslissing aan DVZ bezorgt

De overheid moet in zijn nieuwe 9bis beslissing rekening houden met het RvV arrest, maar dat garandeert geen positieve beslissing. Het kan ook opnieuw een negatieve beslissing zijn met een andere motivatie.

Extra informatie