De afgelopen 20 jaar heeft de overheid omwille van de lange behandelingsduur van bepaalde verblijfsprocedures  humanitaire regularisaties toegestaan. Dat gebeurde echter steeds volgens heel specifieke, wisselende criteria.

De huidige criteria van de overheid zijn laatst toegelicht in de instructie van 19 juli 2009. Deze instructie is formeel vernietigd, maar blijft in de praktijk een niet-bindende richtlijn. In principe mag je rekenen op de criteria van de instructie, omdat de overheid publiek beloofd heeft deze criteria te zullen blijven toepassen.

Toch moet de overheid elke aanvraag op zijn individuele waarde beoordelen. De overheid moet een weigering motiveren, en mag niet kennelijk onredelijk of willekeurig beslissen.

Welke criteria beloofde de overheid toe te passen voor lange procedures?

Onredelijk lange asielprocedure (4 of 3 jaar)

  • Je hebt een asielaanvraag ingediend, en de asielinstanties hebben na meer dan 4 jaar nog geen uitvoerbare beslissing betekend.
  • Of na meer dan 3 jaar als er een schoolgaand kind bij betrokken is.
  • Zowel lopende als afgelopen procedures komen in aanmerking.
  • Je komt niet in aanmerking als de duur van je asielprocedure geheel of gedeeltelijk te wijten is aan je eigen misleidend gedrag.

Hoe tel je dit?

Je telt vanaf de datum van indiening van de asielaanvraag (bijlage 25 of 26 of 25quinquies of 26quinquies), tot de datum van de betekening van de uitvoerbare beslissing over de asielaanvraag. Dat is tot wanneer je de officiële mededeling krijgt van een asielbeslissing waartegen je geen schorsend beroep meer kan indienen of afwachten. De eindtermijn is dus de betekeningsdatum van:

  • een van de volgende asielbeslissingen van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ):
    • bijlage 25quater of 26quater,
    • voor 01-09-2013: bijlage 13quater,
    • voor 01-06-2007: een 'onontvankelijk' verklaring waartegen je geen dringend beroep bij CGVS hebt ingediend.
  • een van de volgende asielbeslissingen van de Commissaris-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS):

    • een weigeringsbeslissing ten gronde waartegen je geen beroep bij de RvV of (voor 01-06-2007) bij de VBV hebt ingediend
    • voor 01-06-2007: een 'bevestigende beslissing tot weigering van verblijf'.
  • een weigeringsbeslissing ten gronde door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). Dat is in beroep tegen een beslissing van CGVS, dus niet in beroep tegen een beslissing van DVZ!
  • voor 01-06-2007: een weigeringsbeslissing ten gronde door de Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen (VBV).

Als de Raad van State of de RvV de beslissing tot weigering van asiel vernietigt, loopt de termijn van de asielprocedure verder, vanaf de originele indiening van die asielaanvraag tot de uiteindelijke beslissing.

Twee opeenvolgende asielprocedures mag je alleen optellen als de tweede asielprocedure voor 01-06-2007 ‘ontvankelijk’ verklaard werd. De periode tussen de asielaanvragen telt niet mee. Dat staat in het vademecum van 21 september 2009.

Onredelijk lange asielprocedure en Raad van State- en/of regularisatieprocedure (5 of 4 jaar)

  • Je hebt een asielaanvraag ingediend, en de Raad van State heeft na meer dan 5 jaar nog geen definitieve beslissing daarover betekend.
  • Of je hebt een asielaanvraag ingediend, en DVZ heeft na meer dan 5 jaar nog geen beslissing genomen over een regularisatie-aanvraag die je indiende binnen de 5 maanden (waarvan maximaal 2 maanden tussentermijn meetelt) na de betekening van de definitieve asielbeslissing door de asielinstantie of door de Raad van State.
  • Of in beide gevallen: na meer dan 4 jaar als er een schoolgaand kind  bij betrokken is.
  • Het gaat om een van deze opeenvolgingen van procedures:
    • een asielprocedure, en een beroepsprocedure bij de Raad van State tegen de asielweigering;
    • of een asielprocedure, en (overlappend of binnen de 5 maanden daarna) een procedure onder oud artikel 9 lid 3 Verblijfswet of een procedure onder artikel 9bis Verblijfswet;
    • of een asielprocedure, en een beroepsprocedure bij de Raad van State tegen de asielweigering, en (overlappend of binnen de 5 maanden daarna) een procedure onder oud artikel 9 lid 3 Verblijfswet of een procedure onder artikel 9bis Verblijfswet.
  • De opvolgende procedure (Raad van State beroep en/of regularisatieprocedure) moet ingediend zijn voor 18 maart 2008 en moest op die datum nog lopen.
  • Zowel lopende als na 18 maart 2008 afgelopen procedures komen in aanmerking.
  • Je komt niet in aanmerking als de duur van je asielprocedure geheel of gedeeltelijk te wijten is aan je eigen misleidend gedrag.

Hoe tel je dit?

  • Je telt vanaf de indiening van je asielaanvraag (bijlage 25 of 26 of 25quinquies of 26quinquies) tot de betekening van het Raad van State arrest.
  • Je telt vanaf de indiening van je asielaanvraag (bijlage 25 of 26 of 25quinquies of 26quinquies) tot de datum waarop DVZ de regularisatiebeslissing nam, waarbij je maximaal 2 maanden meetelt van de (maximaal 5 maanden) tijd die verliep tussen de betekening van de definitieve asielbeslissing en de indiening van je regularisatie-aanvraag.

Als de Raad van State of de RvV een beslissing tot weigering van asiel vernietigt, loopt de termijn van de asielprocedure verder, vanaf de originele indiening van die asielaanvraag tot de uiteindelijke beslissing.

Twee opeenvolgende asielprocedures mag je alleen optellen als de tweede asielprocedure voor 01-06-2007 ‘ontvankelijk’ verklaard werd. De periode tussen de asielaanvragen telt niet mee. Dat staat in het vademecum van 21 september 2009.

Verkorte termijn ingeval van schoolgaand kind

Voor gezinnen met een schoolgaand kind regulariseert DVZ na een termijn van 3 jaar in plaats van 4 jaar.

De overheid kort de termijn voor onredelijk lange procedures met een jaar in als je aanvraag onder meer) een schoolgaand kind betreft.

Sinds 19 juli 2009 beloofde de overheid de volgende ruime criteria toe te passen voor het begrip ‘schoolgaand kind’:

  • Alle schoolgaande kinderen komen in aanmerking. Zonder leeftijdsbeperking en voor alle types van onderwijs: kleuter, lager, secundair of hoger onderwijs.
  • Het schoolgaand kind moet ten laste zijn van de ouders. De ouders staan in voor het onderhoud.
  • Als je als niet-begeleide minderjarige in België verbleef en hier school liep of loopt, kan je ook genieten van de kortere termijn.
  • Ook het schoollopen na afloop van de asielprocedure komt in aanmerking.

Sinds eind 2012 heeft DVZ deze criteria echter verstrengd (zie hierna).

Verstrenging criterium schoolgaand kind sinds eind 2012

Sinds eind 2012 past DVZ past de verminderde termijn nog slechts toe voor aanvragers met schoolgaand kind met een schoolplichtige leeftijd tussen 6 en 18 jaar. DVZ past deze verminderde termijn ook slechts toe als er een kind schoolgaand was gedurende minstens een jaar tijdens de procedure.

Verstrenging ten opzichte van de instructie van 19 juli 2009

Deze administratieve praktijk van DVZ wijkt duidelijk af van punten 1.1 en 1.2 van de instructie van 19 juli 2009:

  • Volgens de instructie wordt de termijn verminderd als het kind regelmatig schoolliep in het kleuter, lager, secundair en/of hoger onderwijs: dit is duidelijk ruimer dan de schoolplichtige leeftijd van 6 tot 18 jaar.
  • Volgens de instructie komt het schoolgaan in aanmerking tijdens de duur van de asielprocedure en/of tijdens de periode van verblijf volgend op de asielprocedure: de instructie vereist niet dat het kind minstens een jaar schoolliep tijdens de procedure.

Rechtsmiddel als aanvraag voldoet aan de instructie?

Volgens het Kruispunt M-I is deze verstrenging in strijd met het vertrouwensbeginsel.

De instructie van 19 juli 2009 is op zichzelf geen bindende rechtsnorm. Formeel werd ze vernietigd door de Raad van State (RvS nr. 198.769 van 9 december 2009). Ze mag ook geen bindende voorwaarden aan de wet toevoegen (rechtspraak sinds RvS van 5 oktober 2011).

Maar de staatssecretaris en DVZ hebben publiek meegedeeld (op hun websites op 11 december 2009, en in de Kamer op 17 december 2009) dat zij de criteria van deze instructie ten gronde zullen blijven toepassen in het kader van hun discretionaire bevoegdheid. Deze publieke mededelingen zijn mogelijk wel een bron van een rechtsmiddel tegen de weigering van een aanvraag die lijkt te voldoen aan de criteria van de instructie:

  • Het vertrouwensbeginsel (beginsel van behoorlijk bestuur dat de rechtszekerheid moet garanderen): 9bis aanvragers vertrouwen erop dat vaste gedrags- of beleidsregels die de overheid publiek bekendmaakt ook in hun individuele geval worden toegepast; dit is gerechtvaardigd aangezien het over precieze beloften gaat over een discretionaire bevoegdheid van deze overheid (weliswaar is de instructie geen bindende wettelijke voorwaarde en moet het bestuur elke aanvraag op zijn merites beoordelen); de burger mag verwachten dat beleidsregels niet onverhoeds worden gewijzigd; die verwachting blijkt ook de 9bis aanvraag zelf.
  • De motiveringsplicht (bij administratieve beslissingen): DVZ moet de determinerende motieven geven waarom een aanvraag niet voldoet; deze uitleg mag niet kennelijk onredelijk zijn, mag niet neerkomen op willekeur, en mag ook de discretionaire bevoegdheid niet beperken. De standaard motivering van DVZ dat de criteria van de instructie niet meer gelden wegens de RvS rechtspraak en dat ze niet 'kunnen' toegepast worden, is onwettelijk omdat dat een inperking zou zijn van de discretionaire bevoegdheid van DVZ en omdat dat de publieke verklaringen van het bestuur loochent.

Deze rechtsmiddelen zijn nog niet beoordeeld door de Raad van State. Ze worden onderbouwd en uitgewerkt in een rechtsleer-artikel in Tijdschrift voor Vreemdelingenrecht 2013 nr. 3.

De Raad van State deed al wel een uitspraak in die zin in verband met de regularisatie van lange procedures sinds eind 2004. De Raad van State schorste via een arrest van 10 april 2006 een weigering van regularisatie waarbij DVZ beweerde in het geheel niet gebonden te zijn door de verklaringen van de Minister over het regularisatiebeleid in geval van langdurige asielprocedure. De Raad van State oordeelde dat een dergelijke arbitraire houding en situatie van rechtsonzekerheid ontoelaatbaar is.

Andere onredelijk lange verblijfsprocedures

De hierboven toegelichte lange procedures worden door de overheid erkend als 'onredelijk lang'. Dienst Vreemdelingenzaken staat een humanitaire regularisatie toe na 4 of 3 jaar asielprocedure, en na 5 of 4 jaar asielprocedure gevolgd door een Raad van State beroep en/of een regularisatieprocedure als dat of die nog liep op 18-03-2008. Dat staat zo in de instructie van 19 juli 2009 en het vademecum van 21 september 2009. Na de formele vernietiging van de instructie werd dat nog bevestigd door de publieke belofte om deze criteria te blijven toepassen in het kader van de discretionaire bevoegdheid van de overheid voor de ten gronde beoordeling van 9bis aanvragen.

Maar kunnen vreemdelingen ook een andere lange verblijfsprocedure inroepen als reden voor een humanitaire regularisatie? Dat is niet uitgesloten, aangezien artikel 9bis Verblijfswet geen enkel criterium ten gronde uitsluit.

Als je een andere lange verblijfsprocedure inroept als reden voor regularisatie, en als je 9bis aanvraag ontvankelijk is, dan moet DVZ je aanvraag op zijn waarde beoordelen. Als DVZ je aanvraag afwijst, moet DVZ dat motiveren, en de beoordeling van DVZ mag niet kennelijk onredelijk zijn.

Wat kan nog een onredelijk lange verblijfsprocedure zijn, buiten de hierboven opgesomde procedures?

  • De verblijfsprocedures die vaste wettelijke termijnen hebben, komen niet in aanmerking voor regularisatie. Als de wettelijke termijn voorbij gaat zonder beslissing, heb je recht op het verblijf dat je via die verblijfsprocedure hebt ingeroepen. Je hebt bijvoorbeeld recht op gezinshereniging of op een verblijf als Unieburger als de overheid de beslissingstermijn daarvoor voorbij laat gaan. Je moet dan geen artikel 9bis aanvraag indienen, maar je moet op de gemeente je verblijfskaart vragen waar je ingeroepen procedure recht op geeft.
  • Alleen verblijfsprocedures zonder wettelijke termijn kunnen in aanmerking komen voor regularisatie, als de behandeling onredelijk lang duurt:
    • Naast de asielprocedure komt of kwam een jarenlange behandeling in de praktijk vooral voor bij de verschillende soorten ‘regularisatieprocedures’: de verblijfsprocedures op basis van artikel 9bis, artikel 9ter, of (voor 01-06-2007) artikel 9 lid 3 van de Verblijfswet, of op basis van de Regularisatiewet van 22-12-1999.
    • Wanneer is een regularisatieprocedure ‘onredelijk lang’? Dat criterium is niet noodzakelijk hetzelfde als bij asielprocedures. Voor asielaanvragen heeft de overheid een internationaalrechtelijke verplichting. Je bent eigenlijk ‘vluchteling’ vanaf het moment dat je het aanvraagt, ook als pas achteraf blijkt dat je aan de vluchtelingendefinitie beantwoordt. Een artikel 9bis aanvraag is een uitzonderingsprocedure waarbij je om een gunst vraagt. Toch geldt de verplichting tot ‘behoorlijk bestuur’ ook voor regularisatieprocedures. De redelijke termijn is een beginsel van behoorlijk bestuur. Je kan een onredelijk lange regularisatieprocedure eventueel inroepen als reden voor regularisatie, en als je 9bis aanvraag ontvankelijk is, moet DVZ van geval tot geval beoordelen en motiveren of de behandelingstermijn al dan niet onredelijk is. In de praktijk gaat DVZ hier niet of zeer zelden op in.
  • Daarnaast zouden ook onredelijk lange beroepsprocedures kunnen in aanmerking komen voor regularisatie:

    • Dat gebeurt nu al tot zekere hoogte voor asielberoepen en Raad van State beroepen tegen asielweigeringen.
    • Van eind 2006 tot 2009 paste DVZ ook een ambtshalve regularisatiebeleid toe voor langdurige schorsende beroepen inzake gezinshereniging (4 jaar, of 3 jaar voor gezinnen met schoolgaand kind). Dat was voor het toenmalige verzoek tot herziening bij de Minister, tegen een weigering van gezinshereniging door de DVZ. 
    • Sinds 1 juni 2007 is de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen bevoegd voor alle beroepen inzake verblijfsbeslissingen. Tot nu toe past DVZ geen regularisatiebeleid toe op de annulatieberoepen (buiten asiel) bij de RvV. Wanneer zo’n beroep onredelijk lang zou duren, zou je ook de verantwoordelijkheid van de overheid kunnen inroepen in een regularisatie-aanvraag, naar analogie van het beleid inzake lange asielprocedures en andere. Het is dan aan de DVZ om op je vraag een gemotiveerd antwoord te geven.

Humanitaire regularisatie-aanvraag volgens artikel 9bis Verblijfswet

Humanitaire regularisatie” is een machtiging tot verblijf voor meer dan drie maanden die gevraagd wordt volgens artikel 9bis van de Verblijfswet.  

Het is een uitzondering op de regel dat je een machtiging tot verblijf vraagt voor je naar België komt.

Voor een ontvankelijke 9bis aanvraag moet je een verblijfplaats in België hebben, een bijdrage in administratieve kosten betalen, een identiteitsbewijs voorleggen, en aantonen dat je geen aanvraag kan gaan indienen vanuit je land van herkomst ("buitengewone omstandigheden").

In de praktijk erkent DVZ de lange duur van de asielprocedure (en volgende verblijfsprocedure) als een voldoende "buitengewone omstandigheid". Ook als de asiel- (en volgende) procedure ondertussen afgelopen is. Maar dat neemt niet weg dat je in je aanvraag alle mogelijke buitengewone omstandigheden moet inroepen en aantonen. Zo niet kan DVZ je aanvraag toch onontvankelijk verklaren zonder verdere motivering over de grond van je aanvraag. Dat zegt de rechtspraak van de Raad van State.

Lees de voorwaarden voor een ontvankelijke 9bis aanvraag 

Je moet je eigen redenen voor regularisatie toelichten. De overheid beoordeelt discretionair (vrij) of hij regularisatie toestaat (gegronde 9bis). De criteria van de overheid zijn laatst toegelicht in de instructie van 19 juli 2009. Deze instructie is formeel vernietigd, maar blijft in de praktijk een niet-bindende richtlijn.

Definitieve regularisatie

Het criterium lange asielprocedure en verblijfsprocedure levert onmiddellijk een definitieve regularisatie op. Dat zegt het vademecum van 21 september 2009. DVZ houdt deze belofte ook na vernietiging van de instructie van 19 juli 2009.

Extra informatie