Voor een ontvankelijke 9bis-aanvraag, moet je buitengewone omstandigheden aantonen waarom je geen aanvraag om in België te mogen verblijven, kan gaan indienen vanuit je land van herkomst.

Als je geen buitengewone omstandigheden hebt, dan wijst de DVZ je 9bis-aanvraag af zonder in te gaan op de inhoud van je aanvraag.

Wat zijn buitengewone omstandigheden?

Het zijn omstandigheden waardoor het ‘onmogelijk of bijzonder moeilijk’ is om een verblijfsaanvraag voor België in te dienen volgens de gewone procedure voor een verblijf voor meer dan drie maanden, d.w.z. vanuit het buitenland, voor je naar België komt. Volgens die gewone procedure van artikel 9 van de Verblijfswet moet je een verblijfsaanvraag indienen bij de Belgische diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor je land van herkomst, of voor het land waar je wettig verblijft voor meer dan drie maanden. Maar als dat onmogelijk of bijzonder moeilijk is en als je al in België verblijft, alleen dan kan je een 9bis-aanvraag indienen in België.

Als je voldoet aan de criteria van de instructie van 19 juli 2009, dan voldoe je niet automatisch aan de buitengewone omstandigheden (Raad van State 9 december 2009, nr. 198.769).

Voorbeelden van buitengewone omstandigheden

Integratie in België is voor de Dienst Vreemdelingenzaken niet voldoende als buitengewone omstandigheid.

De rechtspraak aanvaardt deze buitengewone omstandigheden: 

  • Lopende asielprocedure
  • Schending van artikel 3 of 8 EVRM
  • Administratieve onmogelijkheid
  • Medische elementen
  • Andere omstandigheden of een geheel van omstandigheden

Lopende asielprocedure

Zolang de asielaanvraag loopt, is er een vermoeden dat je daadwerkelijk vluchteling bent en dat er een gegronde vrees voor vervolging bestaat. Daardoor kan je onmogelijk teruggaan naar je land van herkomst om van daaruit een aanvraag in te dienen. Het vermoeden geldt maar zolang je asielaanvraag loopt. Zodra je asielaanvraag afgewezen is, moet je voor je lopende 9bis-aanvraag aantonen dat er toch nog steeds buitengewone omstandigheden zijn. De DVZ beoordeelt de buitengewone omstandigheden immers pas op het moment van zijn beslissing over de 9bis-aanvraag.

Schending van artikel 3 of 8 EVRM

Een terugkeer naar je land van herkomst zou een schending uitmaken van artikel 3 of 8 EVRM.

Administratieve onmogelijkheid

Er is een administratieve onmogelijkheid als je de nodige reisdocumenten niet kan krijgen om een aanvraag in te dienen in je land van herkomst.

Bijvoorbeeld:

  • je hebt geen paspoort om te reizen en je kan er ook geen krijgen via de ambassade van je herkomstland in België
  • er is geen Belgische ambassade in je land van herkomst en de bevoegde Belgische ambassade ligt in een buurland waarvoor je de nodige reisdocumenten niet kan krijgen
  • je hebt geen nationaliteit
  • je bent erkende staatloze

Medische elementen

Sommige rechtspraak aanvaardt medische elementen als buitengewone omstandigheid voor een 9bis-aanvraag.

Maar als je een verblijf van minstens een jaar aanvraagt alleen omwille van een ziekte, dan moet je een aanvraag indienen voor een medische regularisatie (9ter), en niet voor een humanitaire regularisatie (9bis).

In andere gevallen kan je een humanitaire regularisatie (9bis) aanvragen. In je aanvraag kan je medische elementen inroepen als buitengewone omstandigheid. Medische elementen die de DVZ al onjuist vond in een 9ter-aanvraag, zijn onontvankelijk. Dien je gelijktijdig een 9bis-aanvraag en een 9ter-aanvraag in? Dan moet DVZ de afwijzing van de medische elementen in je 9bis-aanvraag motiveren. En mag DVZ niet alleen verwijzen naar artikel 9ter Verblijfswet (Raad voor Vreemdelingenbetwistingen 17 februari 2010, 38.847, en Raad voor Vreemdelingenbetwistingen 29 april 2010, nr. 42.699).

Andere omstandigheden of geheel van omstandigheden

Elke omstandigheid of geheel van omstandigheden die het indienen van de aanvraag in het herkomstland bijzonder moeilijk maakt, kan een buitengewone omstandigheid zijn. Die omstandigheden kunnen te maken hebben met het verblijf in België. Je kan ook omstandigheden in het herkomstland inroepen.

Voorbeelden van omstandigheden in België:

  • je kind zou een school- of academiejaar verliezen
  • je zou je werk verliezen
  • je bent opgesloten in de gevangenis 

Voorbeelden van omstandigheden in het herkomstland:

  • oorlog
  • weigering van legerdienst

De rechtspraak die deze omstandigheden al heeft aanvaard, staat niet vast. Er is geen garantie dat de DVZ deze omstandigheden aanvaardt. Daarom moet je de buitengewone omstandigheden die je inroept altijd zo duidelijk mogelijk motiveren en aantonen.

Je moet de buitengewone omstandigheden motiveren én aantonen

De bewijslast van de buitengewone omstandigheden ligt bij de aanvrager.

Je moet in je verzoekschrift duidelijk motiveren waarom je de aanvraag ‘onmogelijk of bijzonder moeilijk’ kan indienen in je land van herkomst. Je moet dat ook concreet aantonen of bewijzen.

Je moet klaar en duidelijk in je verzoekschrift vermelden welke de buitengewone omstandigheden zijn die een beletsel vormen om de aanvraag in je land van herkomst in te dienen. Uit je uiteenzetting moet duidelijk blijken waaruit het ingeroepen beletsel precies bestaat (Raad van State 27 juni 2007, nr. 172.824). Maar zelfs dat volstaat niet. Je moet ook concrete bewijzen voorleggen die dat aantonen. 

Tijdstip van beoordeling van de buitengewone omstandigheden

De DVZ beoordeelt de aanwezigheid van buitengewone omstandigheden pas op het moment dat de DVZ beslist over de aanvraag. Niet op het moment dat je de aanvraag indiende. Dat is vaste rechtspraak van de Raad van State en Raad voor Vreemdelingenbetwistingen sinds verschillende jaren.

Als er geen buitengewone omstandigheden zijn, dan verklaart de DVZ je aanvraag onontvankelijk. De DVZ motiveert dan niet over de gegrondheid van je aanvraag.

Extra informatie