Voor een 9bis-aanvraag moet je een verblijfplaats in België hebben.

Je moet je 9bis-aanvraag indienen bij de gemeente van de 'plaats waar je verblijft'. Anders weigert de gemeente je aanvraag, zonder dat de Dienst Vreemdelingenzaken de inhoud van je aanvraag kan bekijken.

Je moet je verblijfplaats vermelden in je 9bis-aanvraag.

Wat is je verblijfplaats?

De wet zegt dat je je aanvraag moet indienen bij de gemeente van de 'plaats waar je verblijft'. Dat is de plaats waar je feitelijk woont op het moment van je 9bis-aanvraag. Je moet in je aanvraag een adres in een gemeente vermelden, zodat de gemeente kan komen controleren dat je er werkelijk verblijft. Vermeld best je naam op de deurbel.

Je verblijfplaats in je 9bis-aanvraag hoeft dus niet het adres te zijn waar je na je humanitaire regularisatie (9bis) ingeschreven wil worden. Het kan ook een tijdelijk adres zijn, in afwachting van de humanitaire regularisatie (9bis). Maar het moet wel je feitelijke hoofdverblijfplaats van dat moment zijn. Elke wijziging daarvan moet je melden aan de gemeente.

Ben je dakloos? Zoek een adres waar je toch feitelijk kan verblijven en waar de gemeente je kan vinden.

Ben je opgesloten in bijv. een detentiecentrum? Geef dan het adres van de plaats waar je opgesloten bent.

De gemeente voert eerst een woonstcontrole uit

Als je de aanvraag indient, dan voert de gemeente eerst een woonstcontrole uit. De gemeente kan je aanvraag alleen behandelen als je werkelijk op het grondgebied van de gemeente verblijft. Anders is de gemeente niet bevoegd. Als de gemeente niet bevoegd is, dan weigert de gemeente je aanvraag.

Wie doet de woonstcontrole?

Gemeenteambtenaren of de lokale politie, vaak de wijkagent, controleren of je werkelijk verblijft op het opgegeven adres.

Hoe lang moet je wachten op de woonstcontrole?

De gemeente moet de woonstcontrole uitvoeren binnen 10 dagen na de aanvraag.

In de praktijk duurt het in sommige gemeenten langer, tot veel langer. In dat geval neem je best zelf contact op met de gemeente voor een stand van zaken. De DVZ kan de gemeente voor die nalatigheid niet sanctioneren: de gewesten, niet de federale overheid, oefenen toezicht uit op de gemeenten.

Wat bij positieve woonstcontrole?

Als je op het opgegeven adres verblijft, dan krijg je een ontvangstbewijs. Het ontvangstbewijs is de bijlage 3 bij de omzendbrief van 21 juni 2007. Op de bijlage 3 moet de datum van indiening van je aanvraag staan. Niet de datum van controle van de woonplaats of van afgifte van het ontvangstbewijs.

De gemeente moet de 9bis-aanvraag zo snel mogelijk doorsturen naar de DVZ. De gemeente moet daarbij ook een kopie van de bijlage 3 en van het verslag van de woonstcontrole naar de DVZ sturen.

Als de DVZ geen verslag van woonstcontrole ontvangt, dan stuurt de DVZ de aanvraag terug naar de gemeente met de vraag om het verblijfsadres te controleren en de aanvraag daarna samen met het verslag van de woonstcontrole op te sturen.

De gemeente kan een advies over de regularisatieaanvraag overmaken aan de DVZ. De gemeente kan niet weigeren om een aanvraag naar de DVZ door te sturen, tenzij als je niet feitelijk op haar grondgebied verblijft.

Wat bij negatieve woonstcontrole?

Als je niet verblijft op het opgegeven adres, dan weigert de gemeente je aanvraag. Je krijgt een bijlage 2 bij de omzendbrief van 21 juni 2007. De gemeente neemt je aanvraag 'niet in overweging'.

De gemeente stuurt je aanvraag niet door naar de DVZ. De DVZ onderzoekt je dossier dus niet.

De gemeente moet de bijlage 2 betekenen, dat wil zeggen officieel aan jou overmaken op het adres dat je opgaf in je aanvraag.

Je kan in beroep gaan bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) tegen de beslissing van de gemeente om je aanvraag niet in overweging te nemen. Je kan een een niet-schorsend annulatieberoep instellen, en eventueel ook een schorsingsberoep. Dat kan bijv. als de gemeente de woonstcontrole niet behoorlijk heeft uitgevoerd of onwettelijke voorwaarden heeft gesteld. De gemeente moet alleen nagaan of je je feitelijk op haar grondgebied bevindt. De gemeente moet de nodige inspanningen doen om die feitelijke situatie te achterhalen. De woonstcontrole dient dus niet om na te gaan of je op dat adres kan ingeschreven worden in het vreemdelingenregister, of je een werkelijk gezin vormt met andere inwoners of dergelijke. De gemeente kan bijv. niet eisen dat er een schriftelijk huurcontract is (Raad voor Vreemdelingenbetwistingen 19 juni 2009, nr. 28893).

 

Extra informatie