Waar dien je de aanvraag in?

Je hebt een verblijfsrecht in België

Als je al een tijdelijk verblijfsrecht hebt in België, dien je je aanvraag in bij een erkend ondernemingsloket naar keuze.

Hiervoor moet je in het bezit zijn van een van de volgende documenten:

  • een elektronische vreemdelingenkaart A
  • een attest van immatriculatie
  • als je een schouwspelartiest bent met een arbeids- of beroepskaart: een aankomstverklaring
  • een bijzondere identiteitskaart voor familieleden van diplomatiek personeel, als je onderdaan bent van een land waarmee België een wederkerigheidsovereenkomst heeft gesloten

Het ondernemingsloket zendt de aanvraag door naar de bevoegde gewestelijke dienst Economische Migratie.

Je verblijft in het buitenland

Als je in het buitenland verblijft, dien je je aanvraag in bij de Belgische diplomatieke of consulaire post van je land van verblijf.

Zij sturen de aanvraag door naar de bevoegde gewestelijke dienst Economische Migratie.

Nodige documenten

Bij de aanvraag leg je volgende documenten voor:

  • het specifieke aanvraagformulier
  • een ontvoogdingsakte als je volgens je land van herkomst nog minderjarig bent
  • het ontwerp van vennootschapsakte als het om een nieuw op te richten bedrijf gaat
  • de nodige toelatingen als het om de overname van een ander bedrijf gaat
  • getuigschriften van beroepsbekwaamheid: die moeten aantonen dat je over de juiste attesten beschikt om het beroep te mogen uitoefenen
  • een geneeskundig getuigschrift
  • een bewijs van goed gedrag en zeden, niet ouder dan 3 maanden

Beslissing

Een ambtenaar van de gewestelijke dienst Economische Migratie neemt de beslissing.

Er is geen termijn bepaald waarbinnen de beslissing genomen moet worden.

Kosten

De aanvraag van een eerste beroepskaart en haar wijziging, vervanging of hernieuwing kost € 140.

Daarnaast kost de afgifte van de beroepskaart of de hernieuwing via een ondernemingsloket € 90 per jaar.

Beroepsmogelijkheid na een negatieve beslissing

Als je niet akkoord gaat met een weigering van je beroepskaart, kan je in beroep gaan bij de bevoegde gewestelijke minister. In het Vlaams gewest is dit de Vlaamse minister bevoegd voor werk.

Je moet binnen 30 kalenderdagen na de betekening van de negatieve beslissing in beroep gaan.

De minister moet je dossier eerst voorleggen aan de Raad voor economisch onderzoek voor vreemdelingen en vragen om advies.

De Raad zal je oproepen zodat je gehoord kan worden. Binnen 4 maanden moet de Raad een advies uitbrengen. De Raad deelt zijn advies zowel aan de minister als aan jou mee.  

De minister heeft 2 maanden tijd om te beslissen het advies van de Raad te volgen of niet. Als de minister binnen 2 maanden geen beslissing neemt, moet het advies van de Raad gevolgd worden.

Als er geen beslissing is van de Raad binnen 4 maanden, heeft de minister 2 maanden tijd om autonoom een beslissing te nemen.

Als de minister niet op tijd een beslissing neemt en er geen advies van de Raad is dat gevolgd kan worden, wordt het beroep automatisch afgewezen.

Tegen een negatieve beslissing in beroep, kan je binnen 60 kalenderdagen na de betekening van de beslissing in beroep gaan bij de Raad van State.

Extra informatie