De naam is een onderdeel van de staat van een persoon en is daarom van openbare orde. Om die reden zijn de regels voor de erkenning van een buitenlandse naamsvaststelling of naamsverandering in het Wetboek IPR minder soepel dan de regels voor de erkenning van andere buitenlandse akten, zoals bijv. huwelijksakten.

Vaststelling van een naam in het buitenland

Erkenning zonder gerechtelijke procedure (art. 22-31 en 39 Wetboek IPR)

De erkenning van een buitenlandse akte of beslissing over de naam gebeurt de plano, d.w.z. zonder dat er een procedure moet worden gevoerd. De erkenning kan dus bijvoorbeeld gebeuren door de ambtenaar van de burgerlijke stand zonder afdwinging voor de rechtbank. Dit wil echter niet zeggen dat de ambtenaar van de burgerlijke stand geen controle kan doen.

De ambtenaar controleert:

  • de rechtsgeldigheid volgens het toepasselijk recht (deze controle gebeurt enkel voor akten van de burgerlijke stand, niet voor rechterlijke beslissingen)
    De ambtenaar gaat na of het recht dat het Wetboek IPR aanwijst, gerespecteerd is.
    Wanneer het gaat over de vaststelling van een naam in het buitenland, wordt gekeken of de buitenlandse autoriteit het nationale recht van de betrokkene heeft toegepast. Wanneer de betrokkene twee nationaliteiten heeft waaronder de Belgische, dan wordt in beginsel enkel rekening gehouden met de Belgische nationaliteit. Hierop bestaat echter een uitzondering wanneer de betrokkene de Belgische en een andere E.U.-nationaliteit heeft. Wanneer de betrokkene ervoor kiest om de naam te gebruiken die hij volgens het recht van een andere E.U.-lidstaat heeft, terwijl hij ook de nationaliteit van die lidstaat heeft, dan moet die naam ook in België worden erkend. Deze uitzondering is het resultaat van een uitspraak van het Europees Hof van Justitie in de zaak Garcia Avello. Met het arrest Grunkin en Paul ging het Europees Hof van Justitie nog een stapje verder, ook wanneer de onderdaan niet de nationaliteit heeft van de andere lidstaat, gebiedt het vrij verkeer dat men de vaststelling van de naam zoals die plaatsvond in een ander E.U.-land, erkent.
  • of de akte of de beslissing voldoet aan de voorwaarden die volgens het recht van het land waar zij is opgesteld, nodig zijn voor haar echtheid
    De ambtenaar moet de echtheid van het document nagaan. Apostille of legalisatie biedt het bewijs dat het document werd opgemaakt door de bevoegde instantie in het land van herkomst en dat het echt is.
  • of er geen strijdigheid is met de openbare orde
    Onder openbare orde wordt de internationale privaatrechtelijke openbare orde begrepen. Het Hof van Cassatie begrijpt hieronder de beginselen die essentieel zijn voor de morele, politieke en economische orde van België. Iedere casus zal in concreto moeten beoordeeld worden: bij de beoordeling van deze onverenigbaarheid wordt inzonderheid rekening gehouden met de mate waarin het geval met de Belgische rechtsorde is verbonden en met de ernst van de gevolgen die de toepassing van dat buitenlands recht zou meebrengen of die door de erkenning zouden worden veroorzaakt (voor akten art. 21 Wetboek IPR en voor beslissingen art. 25, 1° Wetboek IPR).
  • of er geen sprake is van wetsontduiking
    Er moet geen rekening worden gehouden met "feiten en handelingen gesteld met het enkele doel te ontsnappen aan de toepassing van het door deze wet aangewezen recht" (voor akten art. 18 Wetboek IPR en voor beslissingen art. 25, 3° Wetboek IPR).

Indien het gaat over een gerechtelijke beslissing controleert de ambtenaar ook nog (art. 25 Wetboek IPR):

  • of er sprake is van schending van de rechten van verdediging
    bijv. onpartijdigheid van de rechter, tijdig oproepen van de verweerder, enz.
  • of de beslissing nog vatbaar is voor hoger beroep
  • of de beslissing onverenigbaar is met een Belgische beslissing of met een eerder in het buitenland gewezen beslissing die in België kan worden erkend
  • de vordering in het buitenland werd ingesteld na het instellen in België van een vordering die nog steeds aanhangig is tussen dezelfde partijen en met hetzelfde onderwerp

Gerechtelijke erkenning (art. 23, 27 en 39 Wetboek IPR)

Wanneer de ambtenaar van de burgerlijke stand (of een andere overheid) weigert om de buitenlandse akte of beslissing te erkennen, kan de betrokkene beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg. Dit kan worden gedaan bij wijze van eenzijdig verzoekschrift. De ambtenaar hoeft dus niet te worden gedagvaard (art. 23 en art. 27 Wetboek IPR, dat ook verwijst naar de procedure in art. 23 Wetboek IPR; zie ook de Circulaire van 23 september 2004, subtitel G.3). 

Verandering van een naam in het buitenland

Erkenning zonder gerechtelijke procedure (art. 22-31 en 39 Wetboek IPR )

Voor de erkenning van een buitenlandse akte of beslissing over de verandering van de naam geldt ook het beginsel van de de plano erkenning, met uitzonderingen.

Wanneer bij. een Turkse vrouw haar huwelijksakte uit Turkije voorlegt, zal de ambtenaar van de burgerlijke stand de eventuele naamsverandering die hieruit blijkt, erkennen.

Let op: een vrijwillige naamsverandering in het buitenland door een Belg wordt in België niet erkend. De bedoeling is om te voorkomen dat Belgen in het buitenland op gemakkelijke wijze hun naam zouden veranderen, in gevallen waar het niet mogelijk is in België. Voor mensen die de Belgische en een andere E.U.-nationaliteit bezitten is deze weigeringsgrond echter niet van toepassing (zie art. 39, 1° Wetboek IPR).

Gerechtelijke erkenning (art. 23, 27 en 39 Wetboek IPR )

Wanneer de ambtenaar van de burgerlijke stand (of een andere overheid) weigert om de buitenlandse akte of beslissing te erkennen, kan de betrokkene beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg. Dit kan worden gedaan bij wijze van eenzijdig verzoekschrift. De ambtenaar hoeft dus niet te worden gedagvaard (art. 23 en art. 27 WbIPR, dat ook verwijst naar de procedure in art. 23 Wetboek IPR; zie ook de Circulaire van 23 september 2004, subtitel G.3). 

Voor te leggen stukken

Voor beslissingen is een uitgifte van de beslissing vereist: een authentieke kopie of een door de buitenlandse rechtbank eensluidend verklaard afschrift (art. 24 Wetboek IPR ). Een gewone kopie is niet voldoende.

De Circulaire van 23 september 2004 (subtitel G.3) trekt dit door naar "akten". Dit houdt in dat van de buitenlandse akte het origineel of een voor eensluidend verklaard afschrift (= een authentieke kopie) moet voorgelegd worden.

Bovendien moet de akte of beslissing vertaald zijn en de vereiste legalisatie of apostille hebben.

Extra informatie