De erkenning van vonnissen en authentieke akten binnen de Europese Unie (EU) wordt sinds 18 juni 2011 geregeld door de verordening over de bevoegdheid, toepasselijk recht, erkenning en tenuitvoerlegging bij onderhoudsverplichtingen van 18 december 2008 (Alimentatieverordening).

Deze verordening is van toepassing in alle lidstaten van de EU. Voor Denemarken en het Verenigd Koninkrijk gelden wel andere regels voor de erkenning en uitvoerbaarheid. Dat komt omdat deze landen geen partij zijn bij het Haags Protocol. 

Tussen EU-lidstaten (behalve Denemarken) en Albanië, Bosnië-Herzegovina en Oekraïne is het Onderhoudsverdrag van 23 november 2007 van toepassing.

In IJsland, Noorwegen en Zwitserland is het Verdrag van Lugano van toepassing. 

De erkenning in België van onderhoudsverplichtingen vastgesteld in het buitenland, verloopt dus niet altijd op dezelfde manier. Men moet in de eerste plaats rekening houden met het land van waar de beslissing komt.

Regels voor vonnissen en akten uit EU-lidstaten (Verenigd Koninkrijk en Denemarken uitgezonderd)

In de Alimentatieverordening wordt een onderscheid gemaakt tussen de lidstaten die het Haags Protocol wel of niet geratificeerd hebben. Voor de EU-lidstaten die partij zijn bij het Haags Protocol wordt voorzien in een de plano erkenning en de afschaffing van het exequatur.

Erkenning zonder gerechtelijke procedure

Beslissingen uit andere lidstaten moeten zonder enige procedure erkend worden. Dat is het principe van de plano erkenning. Onderhoudsbeslissingen van andere lidstaten kunnen niet betwist worden (artikel 17, lid 1 Alimentatieverordening). In geen geval mag men de juistheid van de gegeven beslissing nagaan (artikel 42 Alimentatieverordening).

Uitvoerbaarverklaring

De Alimentatieverodening voorziet in de afschaffing van het exequatur. Beslissingen uit andere lidstaten die ook door het Haags Protocol zijn gebonden, en welke in die lidstaat uitvoerbaar zijn, zijn ook in een andere lidstaat uitvoerbaar, zonder dat er een uitvoerbaarverklaring vereist is (artikel 17, lid 2 Alimentatieverordening).

Voor te leggen stukken (artikel 20 Alimentatieverordening)

  • afschrift van de beslissing
  • een uittreksel, volgens het modelformulier opgenomen in bijlage I of II van de verordening
  • een beëdigde vertaling

Regels voor vonnissen en akten uit het Verenigd Koninkrijk en Denemarken

Erkenning zonder gerechtelijke procedure

Een vonnis uit Denemarken of het Verenigd Koninkrijk wordt zonder proces erkend, dit noemt men ook een de plano erkenning (artikel 23 Alimentatieverordening). Dat kan bijvoorbeeld in het kader van een gerechtelijke procedure in België waar men wil aantonen dat een buitenlandse rechtbank al onderhoud heeft toegekend aan een persoon.

Hierbij gelden wel enkele weigeringsgronden. Een beslissing wordt niet erkend als:

  • ze kennelijk strijdig is met de openbare orde
  • de verweerder de stukken niet tijdig heeft ontvangen om zijn verdediging te kunnen voorbereiden
  • ze strijdig is met een eerder vonnis van België of van een ander land als dat vonnis in België erkend kan worden (artikel 24 Alimentatieverordening)

Uitvoerbaarverklaring

Als je een buitenlandse beslissing (akte of vonnis) over een onderhoudsverplichting wil laten uitvoeren in België, moet je aan de Belgische rechter vragen om de beslissing uitvoerbaar te verklaren. Het doel hiervan is dat de buitenlandse beslissing in België kan worden uitgevoerd, dat wil zeggen dat een gerechtsdeurwaarder beslag mag leggen op goederen, bankrekening of loon van een onderhoudschuldenaar zodat de onderhoudsgerechtigde betaald kan worden.

Een verzoek tot uitvoerbaarverklaring gebeurt bij de rechtbank van eerste aanleg van de woonplaats van de persoon van wie de betaling van het onderhoudsgeld wordt gevraagd. Dat kan bij eenzijdig verzoekschrift. De persoon van wie de betaling van het onderhoudsgeld wordt gevraagd, hoeft dus niet te worden gedagvaard. Dat betekent dat in de eerste fase de schuldenaar van de onderhoudsverplichting niet wordt gehoord. De rechtbank houdt in deze fase ook geen rekening met mogelijke weigeringsgronden. De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar.

De uitvoerbaarverklaring wordt betekend aan de andere partij.

Als de uitvoerbaarverklaring werd uitgesproken, mag de verweerder beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. In deze fase is er wel een procedure op tegenspraak.

Als de uitvoerbaarverklaring werd geweigerd, mag de verzoeker beroep aantekenen bij het hof van beroep. In deze fase wordt de verweerder wel opgeroepen en is er een procedure waarbij ook de schuldenaar gehoord wordt.

In deze fase van beroep mag uitvoerbaarverklaring van de beslissing worden geweigerd als:

  • ze kennelijk strijdig is met de openbare orde;
  • de verweerder de stukken niet tijdig ontvangen heeft om zijn verdediging te kunnen voorbereiden;
  • ze strijdig is met een eerder vonnis van België of van een ander land als dat vonnis in België erkend kan worden.

Regels voor vonnissen en akten uit Albanië, Bosnië-Herzegovina en Oekraïne

Vanaf 1 augustus 2014 geldt tussen EU-lidstaten (behalve Denemarken) en Albanië, Bosnië-Herzegovina, Noorwegen en Oekraïne het Onderhoudsverdrag van 23 november 2007 (hierna: Verdrag). Eerder gesloten internationale instrumenten blijven echter van toepassing (artikel 51 van het Verdrag). Zo blijft tussen België en Noorwegen blijft het verdrag van Lugano gelden.

Een beslissing uit Albanië, Bosnië-Herzegovina en Oekraïne wordt in België erkend en ten uitvoer gelegd als (artikel 20, lid 1 Verdrag):

  • de verweerder zijn gewone verblijfplaats had in het land waar de beslissing werd genomen op het moment dat de procedure werd ingesteld
  • de verweerder de bevoegdheid heeft aanvaard, hetzij uitdrukkelijk, hetzij door zich ten gronde te verweren zonder zich bij de eerste gelegenheid te verzetten tegen de bevoegdheid
  • de onderhoudsgerechtigde zijn gewone verblijfplaats had in het land waar de beslissing werd genomen op het moment dat de procedure werd ingesteld
  • het kind zijn gewone verblijfplaats had in het land waar de beslissing werd genomen op het moment dat de procedure werd ingesteld, mits de verweerder met het kind in dat land heeft gewoond of in dat land heeft verbleven en daar voozag in het levensonderhoud van het kind
  • de partijen schriftelijk overeenkwamen over de bevoegdheid, met uitzondering van geschillen over onderhoudsverplichtingen jegens kinderen, of
  • de beslissing werd genomen door een autoriteit die bevoegd was in een kwestie van persoonlijke staat of van de ouderlijke verantwoordelijkheid, tenzij de bevoegdheid alleen was gebaseerd op de nationaliteit van de partijen

Een beslissing wordt alleen erkend als zij in het land waar ze werd genomen effect sorteert en wordt alleen ten uitvoer gelegd als zij in het land waar ze werd genomen, vatbaar is voor tenuitvoerlegging (artikel 20, lid 6 Verdrag).

Een gedeeltelijke erkenning of tenuitvoerlegging  is mogelijk (artikel 21 Verdrag).

Een beslissing kan niet worden erkend of ten uitvoer gelegd als:

  • de erkenning of tenuitvoerlegging ervan kennelijk strijdig is met de openbare orde
  • ze werd verkregen door bedrog in de procedure
  • een procedure tussen dezelfde partijen en met hetzelfde doel aanhangig is bij een autoriteit in België en als deze procedure eerst werd ingesteld
  • de beslissing onverenigbaar is met een beslissing die tussen dezelfde partijen met hetzelfde doel is gegeven, hetzij in België, hetzij in een andere staat, mits de laatstbedoelde beslissing voldoet aan de vereisten voor erkenning en tenuitvoerlegging in België
  • de verweerder niet is verschenen en niet werd vertegenwoordigd in een procedure in het land waar de beslissing werd gegeven:
    • als het recht van dat land voorziet in inkennisstelling van procedures, de verweerder niet naar behoren in kennis is gesteld en niet in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord, of
    • als het recht van dat land niet voorziet in een inkennisstelling van procedures, de verweerder niet naar behoren in kennis is gesteld van de beslissing en niet de mogelijkheid heeft gehad om daartegen bezwaar aan te tekenen of ertegen beroep in te stellen
  • als de beslissing is gegeven in strijd met artikel 18 (beperking ten aanzien van procedures)

Het Belgische recht zal van toepassing zijn op de erkennings- en tenuitvoeringsprocedures.

Voor te leggen stukken

  • volledige tekst van de beslissing
  • een bewijs van uitvoerbaarheid in het land waar de beslissing werd genomen
  • als het gaat om een verstekbeslissing, een bewijs dat de verweerder in kennis is gesteld van de procedure en de kans had gehoord te worden of de kans had bezwaar of beroep aan te tekenen
  • als nodig, een stuk met het bedrag van achterstallige betalingen en de datum waarop dat bedrag is berekend
  • als nodig, in het geval dat een beslissing in een automatische indexering voorziet, een stuk met de nodige inlichtingen voor het maken van berekeningen
  • als nodig, stukken waaruit blijkt in welke mate de verzoeker kosteloze rechtsbijstand heeft ontvangen

Regels voor vonnissen en akten uit IJsland, Noorwegen en Zwitserland

Op vonnissen en akten uit IJsland, Noorwegen en Zwitserland is het verdrag van Lugano van toepassing. Noorwegen is ook partij bij het Onderhoudsverdrag van 23 november 2007. Tussen België en Noorwegen blijft echter het verdrag van Lugano gelden (conform artikel 51 Onderhoudsverdrag).

Erkenning zonder gerechtelijke procedure

Een vonnis uit die drie staten wordt zonder proces erkend (artikel 26 verdrag van Lugano). Dat kan bijvoorbeeld als men in het kader van een gerechtelijke procedure in België wil aantonen dat een buitenlandse rechtbank al onderhoud toekende aan een persoon.

Hierbij gelden wel enkele weigeringsgronden. Een vonnis wordt niet erkend als (artikel 27 verdrag van Lugano):

  • het strijdig is met de openbare orde
  • de verweerder de stukken niet tijdig heeft ontvangen om zijn verdediging te kunnen voorbereiden
  • het strijdig is met een eerder Belgisch vonnis of van een ander land als dat vonnis in België kan erkend worden
  • de rechter zich heeft uitgesproken over de staat van de persoon, het huwelijksvermogensrecht of testamenten en erfenissen en daarbij de IPR-regels van de staat waar erkenning wordt gevraagd, niet heeft gerespecteerd. Deze regel geldt niet als de toepassing van de IPR-regels tot dezelfde uitkomst zou leiden.

Voor de rest mag noch de juistheid van de beslissing, noch de bevoegdheid van de rechtbank die deze beslissing uitsprak, worden nagegaan (artikelen 28 en 29 verdrag van Lugano).

Het verdrag van Lugano bevat geen regels over de plano erkenning van buitenlandse akten.

  • Een dergelijke erkenning zal moeten gebeuren via het Haags verdrag over onderhoud voor kinderen (1958) of via het Wetboek IPR (zie hieronder).
  • Let op: de Brussel I-Verordening bevat wel regels voor de uitvoerbaarverklaring van buitenlandse akten, zie hieronder.

Gerechtelijke erkenning

Een partij die er belang bij heeft, mag een vonnis laten erkennen bij de rechtbank. Hiervoor geldt dezelfde procedure als bij uitvoerbaarverklaring (artikel 26 verdrag van Lugano).

Uitvoerbaarverklaring

Als men een buitenlandse beslissing over een onderhoudsverplichting wil laten uitvoeren in België moet men aan de Belgische rechter vragen om deze beslissing uitvoerbaar te verklaren. Het doel hiervan is dat de beslissing in België ten uitvoer kan worden gelegd. Dat betekent dat de gerechtsdeurwaarder beslag mag leggen op de goederen, de bankrekening of het loon van de onderhoudsschuldenaar, zodat de onderhoudsgerechtigde betaald kan worden.

Een verzoek tot uitvoerbaarverklaring gebeurt bij de rechtbank van eerste aanleg van de woonplaats van de persoon van wie het onderhoudsgeld wordt gevraagd.

In de eerste fase wordt de persoon van wie het onderhoudsgeld wordt gevraagd niet gehoord.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar, tenzij een van de volgende weigeringsgronden aanwezig is. De beslissing wordt niet uitvoerbaar verklaard als:

  • ze strijdig is met de openbare orde
  • de verweerder de stukken niet tijdig heeft ontvangen om zijn verdediging te kunnen voorbereiden
  • ze strijdig is met een eerdere vonnis van België of van een ander land als dat vonnis in België kan worden erkend
  • de rechter, om tot de beslissing te komen, zich heeft uitgesproken over de staat van een persoon, het huwelijksvermogensrecht of testamenten en erfenissen en daarbij de IPR-regels van de staat waar erkenning wordt gevraagd, niet heeft gerespecteerd (artikel 27 Verdrag van Lugano). Deze regel geldt niet als de correcte toepassing van de IPR-regels tot dezelfde uitkomst zou leiden.

De uitvoerbaarverklaring wordt betekend aan de andere partij.

Als de uitvoerbaarverklaring werd uitgesproken, mag de schuldenaar van de onderhoudsverplichting beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. In deze fase is er wel een procedure waarbij deze persoon gehoord wordt.

Als de uitvoerbaarverklaring werd geweigerd, mag de verzoeker beroep aantekenen bij het hof van beroep. In deze fase wordt de verweerder wel opgeroepen en is er een procedure op tegenspraak.

Voor te leggen stukken

  • een uitgifte van de beslissing, die voldoet aan de voorwaarden nodig voor haar echtheid
  • als de beslissing bij verstek (dit is bij afwezigheid van minstens een van de partijen) is genomen, het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het document waaruit de betekening van de verweerder blijkt (artikel 46 Verdrag van Lugano)

Noch legalisatie noch apostille wordt vereist. 

Regels voor vonnissen uit andere landen

Erkenning zonder gerechtelijke procedure

De erkenning van een buitenlandse rechterlijke beslissing over een onderhoudsverplichting gebeurt de plano, dat wil zeggen zonder dat er een procedure voor de rechtbank moet worden gevoerd. De erkenning kan dus bijvoorbeeld gebeuren bij een OCMW, die de inkomsten van een persoon evalueert. Een erkenning kan ook gebeuren in het kader van een procedure in België waar een buitenlandse akte of vonnis gebruikt wordt als bewijsstuk.

Dit wil echter niet zeggen dat deze instanties geen controle kunnen uitoefenen. Zij weigeren het vonnis in een van de volgende gevallen:

  • het gevolg van de erkenning zou kennelijk onverenigbaar zijn met de openbare orde
  • de rechten van verdediging zijn geschonden
  • er is sprake van wetsontduiking
    • als de beslissing alleen verkregen is om te ontsnappen aan de toepassing van het recht dat door het wetboek wordt aangewezen
    • in een aangelegenheid waarin partijen niet vrij over hun rechten kunnen beschikken: bij onderhoudsgelden hebben partijen een bepaalde vrijheid (zie onderhoudsverplichtingen - toepasselijk recht) en er zal dus minder snel sprake zijn van wetsontduiking
  • de beslissing is nog vatbaar is voor hoger beroep
  • de beslissing is onverenigbaar met een eerdere beslissing van België of een beslissing uit het buitenland, die in België erkend kan worden
  • de vordering in het buitenland werd ingesteld ná een vordering in België, terwijl die laatste nog steeds aanhangig is
  • de bevoegdheid van de buitenlandse rechter was uitsluitend gegrond op de aanwezigheid van de verweerder of van goederen van hem

De buitenlandse beslissing mag niet ten gronde worden herzien (artikel 25 Wetboek IPR).

Gerechtelijke erkenning

Men mag ook aan de rechtbank van eerste aanleg vragen om een buitenlands vonnis te erkennen om zo zeker te zijn van de rechten. Deze aanvraag gebeurt via eenzijdig verzoekschrift (artikel 23 Wetboek IPR). De rechter overweegt dezelfde weigeringsgronden als hierboven vermeld.

Uitvoerbaarverklaring

Als men een buitenlandse beslissing over een onderhoudsverplichting wil laten uitvoeren in België, moet men aan de Belgische rechter vragen om deze beslissing uitvoerbaar te verklaren. Het doel hiervan is dat de beslissing in België ten uitvoer kan worden gelegd. Op die manier kan de gerechtsdeurwaarder beslag leggen op de goederen, de bankrekening of het loon van de onderhoudschuldenaar, zodat de onderhoudsgerechtigde betaald kan worden.

Een verzoek tot uitvoerbaarverklaring gebeurt bij de rechtbank van eerste aanleg van de woonplaats van de persoon van wie de betaling van het onderhoudsgeld wordt gevraagd. Dit mag bij eenzijdig verzoekschrift. De verweerder moet dus niet worden opgeroepen (artikel 22-23 Wetboek IPR). Ook hier gelden de weigeringsgronden die hierboven worden vermeld.

Voor te leggen stukken

Met het oog op erkenning in België moeten volgende stukken worden voorgelegd (artikel 24 Wetboek IPR):

  • een uitgifte van de beslissing die voldoet aan de voorwaarden nodig voor de echtheid volgens het recht van de staat waar zij is gewezen
  • een document waaruit blijkt dat de beslissing, volgens het recht van de staat waar zij is gewezen, uitvoerbaar is en betekend of ter kennis gebracht is
  • in geval van een verstekvonnis (een beslissing genomen bij afwezigheid van minstens één van de partijen), het origineel of een voor eensluidend verklaard afschrift van het document waaruit blijkt dat de niet-verschenen partij behoorlijk werd opgeroepen

De voor te leggen stukken moeten ook vertaald zijn en aan de vereiste van legalisatie of apostille voldoen.

Regels voor akten uit andere landen

Erkenning zonder gerechtelijke procedure

De erkenning van een buitenlandse akte over een onderhoudsverplichting gebeurt de plano,  zonder dat er een procedure voor de rechtbank moet worden gevoerd. De erkenning kan dus bijvoorbeeld gebeuren bij een OCMW, die de inkomsten van een persoon evalueert. Een erkenning kan ook gebeuren in het kader van een procedure in België waar een buitenlandse akte of vonnis gebruikt wordt als bewijsstuk.

Dat wil niet zeggen dat deze instanties geen controle kunnen uitoefenen. Ze weigeren de erkenning in een van de volgende gevallen:

  • het document is niet rechtsgeldig volgens het toepasselijk recht (recht dat het wetboek aanwijst, zie Onderhoudsverplichtingen - toepasselijk recht)
  • de akte voldoet niet aan de voorwaarden die volgens het recht van het land waar zij is opgesteld, nodig zijn voor haar echtheid
  • de gevolgen van de erkenning zijn kennelijk strijdig met de openbare orde
  • het gaat om wetsontduiking
    • als de beslissing alleen verkregen is om te ontsnappen aan de toepassing van het recht dat het wetboek aanwijst
    • in een aangelegenheid waarin partijen niet vrij over hun rechten kunnen beschikken: bij onderhoudsgelden hebben partijen een bepaalde vrijheid (zie onderhoudsverplichtingen - toepasselijk recht) en er zal dus minder snel sprake zijn van wetsontduiking

Gerechtelijke erkenning

Als een overheid in België weigert om de akte te erkennen, mag men beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg. Dit gebeurt via eenzijdig verzoekschrift. De verweerder moet dus niet worden opgeroepen. Hier worden dezelfde weigeringsgronden als die hierboven in acht genomen.

Uitvoerbaarverklaring

Wanneer men een buitenlandse beslissing over een onderhoudsverplichting wil laten uitvoeren in België moet men aan de Belgische rechter vragen om deze beslissing uitvoerbaar te verklaren. Het doel hiervan is dat de beslissing in België ten uitvoer kan worden gelegd. Dat betekent dat de gerechtsdeurwaarder beslag mag leggen op de goederen, de bankrekening of het loon van de onderhoudschuldenaar, zodat de onderhoudsgerechtigde betaald kan worden.

Een verzoek tot uitvoerbaarverklaring gebeurt bij de rechtbank van eerste aanleg van de woonplaats van de persoon van wie de betaling van het onderhoudsgeld wordt gevraagd. Dat mag bij eenzijdig verzoekschrift, de verweerder moet dus niet worden opgeroepen (artikelen 22-23 Wetboek IPR). Hier worden dezelfde weigeringsgronden als die hierboven in acht genomen.

Voor te leggen stukken (artikel 24 Wetboek IPR)

Voor beslissingen is een uitgifte van de beslissing vereist: een authentieke kopie of een door de buitenlandse rechtbank eensluidend verklaard afschrift. Een gewone kopie is niet voldoende.

De omzendbrief van 23 september 2004 (subtitel G.3) trekt dit door naar "akten". Dat houdt in dat van de buitenlandse akte het origineel of een voor eensluidend verklaard afschrift (= een authentieke kopie) moet voorgelegd worden.

De akte moet gelegaliseerd en vertaald zijn. 

 

Extra informatie