Niveau van talenkennis

Je moet minstens het niveau A2 (‘basisgebruiker-tussenstap’) van het Europees Referentiekader voor Talen halen.

Opmerking Kruispunt M-I: Dit niveau stemt overeen met module 1.2 in de centra voor volwassenenonderwijs.

Welke van de drie landstalen?

Je moet kennis van een van de drie landstalen bewijzen. Je mag vrij kiezen welke landstaal. Het moet niet noodzakelijk gaan om de taal van je hoofdverblijfplaats.

Hierop bestaat één uitzondering:

Als je voor de nationaliteitsverklaring je maatschappelijke integratie aantoont met een inburgeringscursus, dan moet die inburgeringscursus in de taal van je hoofdverblijfplaats zijn. Stel dat je ondertussen niet meer op de plaats woont waar je die inburgeringscursus gevolgd hebt, dan kan die inburgeringscursus niet gelden als bewijs van je talenkennis. Je moet ook de kennis van de taal van je hoofdverblijfplaats aantonen (artikel 12bis, §2 WBN).

Bijvoorbeeld. Je woont in Vlaanderen en je volgt daar een inburgeringscursus. Daarna verhuis je naar Wallonië. Je dient je nationaliteitsverklaring in Wallonië in. Als je je inburgeringscursus gebruikt als bewijs van maatschappelijke integratie, dan geldt die cursus niet als bewijs van talenkennis. Je moet daarnaast ook je kennis van het Frans aantonen. Frans is de taal van je hoofdverblijfplaats op het moment van de indiening van je nationaliteitsverklaring.

Bewijs van talenkennis

Je kan je talenkennis op verschillende manieren bewijzen. Je kan vrij kiezen welk van de bewijsmiddelen je voorlegt:

  • diploma of getuigschrift van een onderwijsinstelling
  • diploma of getuigschrift van een onderwijsinstelling in de Europese Unie
  • attest van een beroepsopleiding
  • attest van een inburgeringscursus
  • vijf jaar onafgebroken werk
  • attest voor het slagen voor een van de drie landstalen
  • taalcertificaat SELOR
  • attest van de gewestelijke diensten voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling

Diploma of getuigschrift van een onderwijsinstelling

Het diploma of getuigschrift moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • uitgereikt zijn door een onderwijsinstelling die opgericht, erkend of gesubsidieerd is door een Gemeenschap of door de Koninklijke Militaire School
  • behaald zijn in één van de drie landstalen
  • minstens van het niveau van het hoger secundair onderwijs zijn

Diploma of getuigschrift van een onderwijsinstelling in de Europese Unie

Het diploma of getuigschrift moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • erkend zijn als gelijkwaardig door de bevoegde Gemeenschap
  • minstens van het niveau van het hoger secundair onderwijs zijn
  • betrekking hebben op kennis van één van de drie landstalen (niveau A2) 

Attest van een beroepsopleiding

De beroepsopleiding moet erkend zijn door een bevoegde overheid. De beroepsopleiding moet minimaal 400 uur duren.

Bij de gewestelijke diensten voor beroepsopleiding (VDAB, FOREM, Bruxelles Formation, Arbeitsambt) kan je navragen of een beroepsopleiding al dan niet erkend is.

Attest van een inburgeringscursus

Je moet een bewijs voorleggen dat je een inburgeringscursus hebt gevolgd, die georganiseerd werd door de bevoegde overheid van je hoofdverblijfplaats. Het gaat om je hoofdverblijfplaats op het tijdstip dat je de inburgeringscursus begon.

Opmerking Kruispunt M-I: Dit bewijs van talenkennis roept vragen op.Tot 1 september 2014 hield een Vlaams inburgeringstraject enkel het niveau A1 in. Vanaf 1 september is dat niveau opgetrokken tot niveau A2. In het KB van 14 januari 2013 wordt ‘het gevolgd hebben van een inburgeringscursus’ zonder verdere specificaties opgesomd als bewijsmiddel voor talenkennis van het niveau A2. Maar in de praktijk wordt vaak een uitdrukkelijk bewijs van het slagen voor niveau A2 gevraagd. 

Opmerking Kruispunt M-I: Het is op dit moment niet duidelijk welke documenten aanvaard kunnen worden als bewijs van ‘het gevolgd hebben van een inburgeringscursus’. Een attest van inburgering moet in elk geval aanvaard worden. Of ook een attest van eerder verworven competenties (EVC) of andere documenten aanvaard kunnen worden, moet nog door de beleidsverantwoordelijken bepaald worden. Op dit moment verschillen de praktijken. 

Vijf jaar onafgebroken werk

Als bewijs van talenkennis kan je documenten aanleveren waaruit vijf jaar onafgebroken werk blijkt. Ook deeltijdse arbeid telt mee.

Het gaat om de volgende documenten:

  • Als werknemer in de privésector: individuele rekeningen afgeleverd door de werkgever.
  • Als werknemer bij de overheid: attest van de bevoegde dienst van de overheid.
  • Als ambtenaar: bewijs van definitieve benoeming én een attest van de bevoegde dienst van de overheid.
  • Als zelfstandige: bewijs van aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds én het bewijs van betaling van de sociale kwartaalbetalingen gedurende 5 onafgebroken jaren.

Attest voor het slagen voor één van de drie landstalen

Het gaat om een attest van een instelling die opgericht, erkend of gesubsidieerd is door een Gemeenschap (onderwijs sociale promotie, hoger onderwijs met oog op toegang eerste cyclus, attest aanbod levende talen).

Het attest moet het niveau A2 bewijzen.

Taalcertificaat SELOR

Het gaat om een taalcertificaat, afgegeven door SELOR, die de kennis van een van de drie landstalen (niveau A2) bewijst.

Opmerking Kruispunt M-I: SELOR organiseert geen taaltesten van het niveau A2, enkel van een hoger niveau.

Attest van de gewestelijke diensten voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling

Het gaat om een attest afgegeven door de gewestelijke diensten voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling (VDAB, Bruxelles Formation, Actiris, FOREM, Arbeitsambt).

Het attest moet het niveau A2 bewijzen.

Bewijs maatschappelijke integratie is bewijs talenkennis

Als je een bewijs van maatschappelijke integratie moet voorleggen, geldt dit ook als bewijs van je talenkennis. Je moet dan niet meer apart een bewijs van talenkennis voorleggen. Dat staat zo in de omzendbrief van 8 maart 2013 en in het verslag aan de koning bij het koninklijk besluit van 14 januari 2013.

Opmerking Kruispunt M-I: Dit bewijs van talenkennis roept vragen op. Tot 1 september 2014 hield een Vlaamse inburgeringscursus enkel het niveau A1 in. Vanaf 1 september is dat niveau opgetrokken tot niveau A2. Dit betekent dat je taallessen van het niveau A2 gevolgd hebt. In het KB van 14 januari 2013 wordt ‘het gevolgd hebben van een inburgeringscursus’ zonder verdere specificaties opgesomd als bewijsmiddel voor talenkennis van het niveau A2. Maar in de praktijk wordt vaak gevraagd dat je het behalen van het niveau A2 kan bewijzen. We wachten op verduidelijking van de beleidsverantwoordelijken. 

Opmerking Kruispunt M-I: Het is op dit moment niet duidelijk welke documenten aanvaard kunnen worden als bewijs van ‘het gevolgd hebben van een inburgeringscursus’. Een attest van inburgering moet in elk geval aanvaard worden. Of ook een attest van eerder verworven competenties (EVC) of andere documenten aanvaard kunnen worden, moet nog door de beleidsverantwoordelijken bepaald worden. Op dit moment verschillen de praktijken.

 

Extra informatie