De ambtenaar van de burgerlijke stand kan uitzonderlijk zelf de staatloosheid van een persoon vaststellen. Dat is zo bij de vaststelling van de nationaliteit van een pasgeboren kind. Een in België geboren staatloos kind verkrijgt immers automatisch de Belgische nationaliteit.

De normale weg om als staatloze erkend te worden is via een procedure voor de rechtbank van eerste aanleg. De rechtbank van eerste aanleg is bevoegd voor vorderingen over de staat van een persoon. En het al dan niet bezitten van een nationaliteit behoort tot de staat van een persoon.

Procedure voor de rechtbank van eerste aanleg

Een erkenning als staatloze vraag je aan door een verzoekschrift in te dienen bij de rechtbank van eerste aanleg. De rechtbank van eerste aanleg van je hoofdverblijfplaats is bevoegd. Deze gerechtelijke procedure neemt veel tijd in beslag want er moet onder meer gewacht worden op het advies van het Openbaar Ministerie. 

Je toont aan dat je staatloze bent door bewijzen voor te leggen die aangeven dat je geen nationaliteit hebt. Dit kan je doen door bewijzen van ambassades voor te leggen, en met de nationaliteitswetgevingen van de landen waarmee je een band hebt. Je kan ook andere bewijzen toevoegen om je dossier te versterken. 

Bewijs ambassades

Om je staatloosheid te bewijzen moet je in de eerste plaats contact opnemen met de ambassades van de landen waarmee je een band hebt. Dit zijn landen waar je geboren bent, waar je verbleven hebt of waarvan je ouders de nationaliteit hebben of hadden. Aan de ambassades vraag je een, liefst schriftelijke, bevestiging van het al dan niet recht hebben op de nationaliteit van dat land.

Meestal is het niet mogelijk om een schriftelijke weigering te krijgen en moet je de feitelijke weigering bewijzen met enkele herhaaldelijke aangetekende brieven aan de ambassades, waarin je de ambassade vraagt om

  • te erkennen dat je de nationaliteit van dat land hebt, of
  • om je de nationaliteit van dat land toe te kennen.

Nationaliteitswetgevingen

Daarnaast moet je de nationaliteitswetgevingen opvragen van de landen waarmee je een band hebt. Dat zijn landen waar je geboren bent, waar je verbleven hebt of waarvan je ouders de nationaliteit hebben of hadden. Op basis daarvan moet je aantonen dat je, hetzij nooit de nationaliteit van het betrokken land hebt gehad, hetzij de nationaliteit van je land hebt verloren, zonder dat het mogelijk is om ze te herkrijgen.

De nationaliteitswetgeving van elke staat is beschikbaar bij de Juridische Bibliotheek van de FOD Buitenlandse Zaken, in de Karmelietenstraat 15 in Brussel. Je kan de nationaliteitswetgeving ook bekomen bij de ambassade van het betrokken land.

Als je voorheen een asielaanvraag hebt ingediend en er toen twijfel rees over je land van herkomst, dan neem je die twijfel best weg met nieuw bewijsmateriaal. Het Openbaar Ministerie kan in geval van (afgewezen) asielzoekers immers inlichtingen inwinnen bij het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen.

Beroepsmogelijkheden

Als de rechter weigert de staatloosheid te erkennen, kan je beroep aantekenen bij het hof van beroep.

Tegen een negatieve beslissing van het hof van beroep kan je eventueel beroep indienen bij het Hof van Cassatie. 

 

Extra informatie