Einde van je statuut als subsidiair beschermde

Opheffing van je statuut als subsidiair beschermde

De Dienst Vreemdelingenzaken kan het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) vragen de subsidiaire beschermingsstatus op te heffen gedurende 5 jaar tijdelijk verblijf. Dit omdat de omstandigheden op basis waarvan het statuut werd toegekend niet meer aanwezig zijn. 

Dat kan alleen als de verandering van de omstandigheden duurzaam is, dus niet bij een tijdelijke verbetering van de veiligheidssituatie (artikel 55/5 Verblijfswet). Voorwaarde is wel dat rekening wordt gehouden met de mate van verankering van de subsidiair beschermde in de samenleving.

Intrekking van je statuut als subsidiair beschermde

DVZ kan tijdens de eerste tien jaar van je verblijf, te rekenen vanaf de datum van de indiening van de asielaanvraag, aan het CGVS vragen om de subsidiaire beschermingsstatus in te trekken. Dat kan als:

  • de subsidiair beschermde in zijn land van herkomst een misdrijf heeft gepleegd dat niet onder de bestaande uitsluitingsgronden valt, maar dat in België wel strafbaar zou zijn geweest met een gevangenisstraf. Hierbij moet hij zijn land van herkomst verlaten hebben om te ontsnappen aan sancties die uit dit misdrijf voortvloeien.
  • deze bescherming werd toegekend op basis van valse verklaringen, valse documenten of op basis van verdraaide of verborgen feiten.

Daarnaast kan DVZ aan het CGVS vragen de subsidiaire beschermingsstatus in te trekken die werd toegekend aan een vreemdeling (artikel 49/2 §4 Verblijfswet). Dit kan als:

  • hij een gevaar voor de samenleving of voor de nationale veiligheid vormt
  • er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat:
    • hij een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid heeft gepleegd, zoals gedefinieerd in de internationale instrumenten waarmee wordt beoogd regelingen te treffen ten aanzien van dergelijke misdrijven
    • hij zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen welke in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties, zoals opgenomen in de preambule en de artikelen 1 en 2 van het Handvest van de Verenigde Naties
    • hij een ernstig misdrijf heeft gepleegd

Einde van je statuut als erkende vluchteling

Opheffing van je statuut als erkend vluchteling

DVZ kan het CGVS vragen de vluchtelingenstatus op te heffen gedurende de eerste 5 jaar tijdelijk verblijf. Dit omdat hij valt onder toepassing van art. 1 C van de Vluchtelingenconventie.(artikel 55/3 Verblijfswet).

Voorwaarde is wel dat rekening wordt gehouden met de mate van verankering van de erkende vluchteling in de samenleving.

Intrekking van je statuut als erkende vluchteling

Tijdens de eerste tien jaar van het verblijf, te rekenen vanaf de datum van de indiening van de asielaanvraag, kan DVZ aan het CGVS vragen de vluchtelingenstatus in te trekken (artikel 49 § 2 Verblijfswet). Dit kan als:

  • de vluchteling uitgesloten had moeten worden in overeenstemming met de uitsluitingsgronden uit de Conventie van Genève
  • de vluchteling werd erkend op grond van feiten die hij verkeerd heeft weergegeven of achtergehouden, van valse verklaringen of van valse of vervalste documenten die doorslaggevend zijn geweest voor de erkenning van de status
  • zijn persoonlijk gedrag er later op wijst dat hij geen vervolging vreest

Zonder beperking in de tijd kan DVZ aan het CGVS vragen de vluchtelingenstatus in te trekken als:

  • de vluchteling een gevaar vormt voor de samenleving omdat hij definitief veroordeeld is voor een bijzonder ernstig misdrijf 
  • er redelijke gronden bestaan om hem te beschouwen als een gevaar voor de nationale veiligheid

Het CGVS moet binnen een termijn van zestig dagen een beslissing tot intrekking nemen of DVZ informeren waarom er niet kan worden overgegaan tot de intrekking.

Ben je intussen een gevestigde vreemdeling? Of kreeg je de Belgische nationaliteit? Dan heeft het beëindigen van het statuut geen gevolgen voor je verblijf.

Je kan een schorsend beroep tegen deze beslissing tot intrekking instellen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

 

Einde van je verblijf na intrekking of opheffing van vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingstatus

Als DVZ overweegt om het verblijfsrecht te beëindigen na intrekking of opheffing van je vluchtelingenstatus of subsidiair beschermingsstatus, moet DVZ voorafgaandelijk een evenredigheidstoets doorvoeren. Dit betekent dat rekening gehouden moet worden met:

  • de aard en de hechtheid van de gezinsband,
  • de duur van het verblijf in België,
  • het bestaan van familiebanden of culturele of sociale banden met het land van herkomst.

DVZ kan ook een einde stellen aan het verblijf van de gezinsleden, die de persoon van wie de internationale beschermingsstatus werd ingetrokken of opgeheven, hebben vervoegd wanneer het verblijf van de referentiepersoon werd beëindigd.

Vrijwillig afstand doen van je statuut als erkende vluchteling

Je kan vrijwillig afstand doen van je statuut als erkende vluchteling. Bijvoorbeeld als je van mening bent dat er door politieke veranderingen in je herkomstland geen redenen meer zijn om het land te ontvluchten. Of omdat je persoonlijke redenen hebt.

Je meldt je persoonlijk bij de Dienst Documenten van het CGVS. Je ondertekent er een verklaring. Je krijgt een 'attest van het beëindigen van het statuut'.

De gemeente kan dan wel, op vraag van DVZ, je verblijfskaart intrekken of niet meer vernieuwen.

Het CGVS kan dus tot tien jaar na de asielaanvraag beslissen om een statuut in te trekken, waarna DVZ een BGV aflevert. Uit een telefoongesprek met DVZ blijkt dat ze dit in de praktijk naleven.

Het BGV wordt afgeleverd zodra het CGVS beslist om een statuut in te trekken en het beroepstermijn tegen deze beslissing verlopen is.

Als een vluchteling tegen de beslissing van het CGVS in beroep gaat, wordt het BGV pas afgeleverd wanneer er een beslissing is van de RvV. Het maakt voor DVZ niet uit of een persoon inmiddels een gevestigde vreemdeling is.

Geen oplossing voor de niet-repatrieerbaren

Het CGVS moet voor alle beslissingen tot intrekking of uitsluiting van een internationale beschermingsstatus ook een advies geven over de eventuele verwijdering. Dit advies is niet vereist als:

  • er sprake is van bedrog tijdens de asielprocedure
  • het gedrag van de persoon die de beschermingsstatus gekregen heeft er later op wijst dat zijn vermeende vrees nooit heeft bestaan

Op basis van dit advies zal DVZ de vreemdeling wel of niet kunnen repatriëren.

In de praktijk zullen er heel wat vragen rijzen over wat er moet gebeuren met personen van wie de status werd ingetrokken, maar die niet gerepatrieerd kunnen worden omdat:

  • dit mogelijk in strijd is met artikel 3 EVRM of
  • omdat ze geen documenten kunnen bekomen voor het betrokken land.

Bepaalde verblijfsvragen die een intrekking tot gevolg kunnen hebben, zijn helaas niet beantwoord. En zullen er toe leiden dat sommige personen in een juridisch moeilijke situatie terechtkomen:  Sommige personen zullen niet langer een wettig verblijf hebben in België, maar kunnen ook niet teruggestuurd worden naar hun land van herkomst. Ze verblijven hier dan in een uiterst precaire situatie.

 

 

Extra informatie