Voorwaarde voor asiel: vrees voor vervolging

Voor asiel moet je beantwoorden aan de definitie van vluchteling uit de Conventie van Genève.

Een vluchteling is:

"elke persoon die zich buiten het land waarvan hij de nationaliteit heeft of, indien hij geen nationaliteit heeft, buiten zijn land van herkomst bevindt, en die de bescherming van dat land niet kan of wil inroepen omdat hij vreest voor vervolging omwille van zijn ras, zijn religie, zijn nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep, of zijn politieke overtuiging"

Het gaat om de vrees voor vervolging. Ben je in je land van herkomst niet effectief vervolgd, maar heb je een duidelijke en waarachtige angst voor wat je zou kunnen overkomen in geval van terugkeer, dan kan je als vluchteling erkend worden.

Heb je je land verlaten zonder vrees, bijvoorbeeld als student, dan kan je die vrees tijdens je verblijf in België toch inroepen. Bijvoorbeeld omdat de situatie in je herkomstland zodanig veranderd is dat terugkeer onmogelijk wordt. Of omdat je in België activiteiten ontwikkeld hebt waardoor je bij terugkeer dreigt vervolgd te worden. Je bent dan een 'vluchteling ter plaatse'.

Vaak hoor je het begrip 'politiek vluchteling'. Dat begrip is verwarrend en niet correct. Je kan ook vluchteling zijn omdat je vervolgd wordt om andere dan politieke redenen.

Tijdens de asielprocedure toetsen de asielinstanties jouw vluchtverhaal aan de hierboven genoemde definitie van vluchteling.

Voorwaarde voor subsidiaire bescherming: reëel risico op ernstige schade

Voor subsidiaire bescherming moeten er: 

'zwaarwegende gronden zijn om aan te nemen dat, wanneer hij naar zijn land van herkomst, of in het geval van een staatloze, naar het land waar hij vroeger gewoonlijk verbleef, terugkeert een reëel risico zou lopen op ernstige schade, en hij zich niet onder de bescherming van dat land kan of, wegens dat risico, wil stellen'.

Elke aanvraag wordt individueel onderzocht. Je moet dus aantonen dat je persoonlijk een risico loopt op ernstige schade. Dat moet je op voldoende concrete manier aantonen. Alleen verwijzen naar de algemene toestand van je land is dus niet voldoende. Je moet de link leggen tussen de algemene toestand en je persoonlijke situatie.

Drie vormen van ernstige schade

De ernstige schade kan bestaan uit:

  • doodstraf of executie
  • foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing
  • ernstige schade door gewapend conflict

Elke grond is een aparte categorie met telkens een eigen interpretatie.

Doodstraf of executie

De doodstraf moet niet per se uitgesproken zijn door een rechtbank, maar de overheid moet op de hoogte zijn van het gepleegde feit en er moet een begin van een strafprocedure zijn.

Mensen bij wie ernstige aanwijzingen bestaan dat ze een ernstig misdrijf hebben gepleegd komen niet in aanmerking voor deze categorie.

Foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing

Een onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing in het land van herkomst is een behandeling die in strijd is met artikel 3 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM).

Onder deze beschermingsgrond valt ook foltering en een onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing.

Ernstige schade door een gewapend conflict

Het gaat om ernstige schade door:

  • risico op ernstige bedreiging van je leven of persoon 
  • als gevolg van willekeurig geweld
  • in het geval van een internationaal of binnenlands gewapend conflict

Alleen burgers, dus niet de strijders, kunnen op deze beschermingsgrond een beroep doen. In geval van twijfel of iemand een burger is, moet hij als burger worden beschouwd.

Het gewapend conflict moet:

  • georganiseerd
  • aanhoudend
  • intensief en
  • daadwerkelijk aan de gang zijn 

De intensiteit van het conflict bepaalt of er een nood aan subsidiaire bescherming bestaat. Zowel interne als internationale conflicten komen in aanmerking. 

Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) moet geval per geval oordelen of er sprake is van een gewapend conflict. Het moet in ieder geval gaan om een ernstige bedreiging van de persoon of het leven van de burgers. Er wordt beoogd bescherming te bieden "in de uitzonderlijke situatie dat de mate van willekeurig geweld in het aan de gang zijnde gewapend conflict dermate hoog is dat zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat een burger die terugkeert naar het betrokken land of, in voorkomend geval, naar het betrokken gebied, louter door zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico loopt" (recente rechtspraak van de RvV).

Extra informatie