Soms kan je alleen naar België komen via gezinshereniging als je ‘ten laste’ bent van de Belg of Unieburger die je komt vervoegen.  

Wanneer ben je ‘ten laste’?

Je bent als familielid ten laste van een Belg of Unieburger en diens echtgenoot of partner, als je in de maanden vóór je aanvraag gezinshereniging, afhankelijk was van de materiële bijstand van de persoon die je komt vervoegen. Dit om minimaal te kunnen overleven in je herkomstland. De overheid moet rekening houden met je financiële en sociale omstandigheden.

Het gaat dus niet om een tenlasteneming voor je kosten in de toekomst die ondertekend moet worden, maar om een bewijs uit het nabije verleden dat je financieel of materieel ten laste valt van de Belg of Unieburger die je komt vervoegen.

Hoe bewijzen?

Het ‘ten laste zijn’ is een feitenkwestie en mag op alle mogelijke manieren bewezen worden (HVJ 16 januari 2014, Reyes, C-423/12 en HvJ 9 januari 2007, Jia, C-1/05). 

De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) past in de praktijk eigen criteria toe om te oordelen of je ten laste bent, vaak zonder rekening te houden met andere bewijsmiddelen. Dat is in strijd met de rechtspraak van het Hof van Justitie.

De DVZ-criteria zijn gebaseerd op de eigen interpretatie van de DVZ van het begrip ‘ten laste zijn’. De criteria zijn soms te streng en kunnen getoetst worden aan de Europese wetgeving en rechtspraak door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

In principe moet je aan alle DVZ-criteria voldoen. De criteria die de DVZ in de praktijk gebruikt zijn:

  • Overschrijvingen gedurende minstens 6 maanden
  • Het inkomen van de Unieburger die je komt vervoegen 
  • Bewijs van onvermogen
  • Burgerlijke stand
  • Andere mogelijke criteria: je leeftijd en eventuele diploma’s

Overschrijvingen gedurende minstens 6 maanden

Je moet bewijzen dat de Belg of Unieburger die je komt vervoegen, je gedurende minstens 6 maanden onmiddellijk vóór je aanvraag voor gezinshereniging financieel ondersteunde. In principe moet je dat bewijzen met bankuittreksels waaruit blijkt dat de Belg of Unieburger geld overschreef naar jou in je herkomstland.

Wat met verklaringen van derden? Het komt voor dat derde personen verklaren dat ze fysiek geld van de Belg of Unieburger aan jou overhandigden. Die verklaringen van derden komen niet in aanmerking. Als je in je herkomstland in een zodanig afgelegen gebied woont dat geldtransfers onmogelijk zijn, dan baseert de DVZ zich op de inhoud van je aanvraag voor gezinshereniging en het dossier van de Belg of Unieburger die je komt vervoegen. De DVZ controleert dan of het gebied zo afgelegen is dat je het bewijs van overschrijvingen niet kan leveren.

De wetgeving voorziet geen minimale duur waarin de Belg of Unieburger jou bijstand moet verlenen. De enige vereiste is dat de bijstand oprecht en structureel van aard is. De eis van de DVZ dat je minstens 6 maanden financiële steun moet bewijzen is strijdig met de mededeling van de Europese Commissie.

Het inkomen van de Unieburger die je komt vervoegen 

De DVZ gaat na of de Unieburger die je komt vervoegen zelf een voldoende hoog inkomen heeft om jou financieel te kunnen onderhouden. In de praktijk werkt de DVZ met geïndexeerde inkomensgrenzen. Momenteel moet de Unieburger volgens de DVZ een maandelijks minimaal inkomen hebben van 817 EUR + 272 EUR per persoon ten laste. Bijvoorbeeld: een Spanjaard wil zijn moeder laten overkomen naar België met gezinshereniging. Hij heeft een vrouw en twee kinderen. Alleen de man werkt. Volgens de DVZ moet hij dan een gezinsinkomen hebben van tenminste 1905 EUR ( = 817 EUR + (4 x 272 EUR).
Waarschijnlijk is dit criterium strijdig met de richtlijnen van de Europese Commissie omdat het niveau van financiële steun die de Unieburger aan jou moet geven om minimaal te kunnen overleven in je herkomstland van land tot land (van herkomst) verschilt. De levenskost is in elk land immers verschillend en DVZ moet ook rekening houden met mogelijke inkomsten van jou (waardoor de Unieburger minder financiële steun moet overmaken).

Deze bedragen gelden niet voor een descendent ten laste van een Belg: hier hanteert de DVZ de gewone inkomeneis van 1387,83 eur. Dit bedrag wijzigt niet in functie van de gezinssamenstelling.

Bewijs van onvermogen

Je moet bewijzen dat je geen inkomsten of te weinig inkomsten hebt om rond te komen zonder financiële steun van de Belg of Unieburger. Je moet ook bewijzen dat je geen onroerende goederen in eigendom hebt in je herkomstland. Dat bewijs je met een attest of een verklaring van je land van herkomst. Omdat dat een negatief bewijs is, zal je niet altijd aan deze voorwaarde kunnen voldoen. Niet alle landen registreren de onroerende eigendommen van hun onderdanen. Ook het feit dat je geen inkomsten hebt, zal niet in alle landen bewezen kunnen worden. De DVZ erkent dat probleem en verklaarde mondeling daar rekening mee te houden. Het is dus geen absolute voorwaarde en het is mogelijk dat je toch een positieve beslissing krijgt, ook al kan je dit bewijs niet voorleggen. Uit het geheel van het dossier moet wel blijken dat je recht hebt op gezinshereniging.

Door dit criterium te gebruiken lijkt de DVZ ervan uit te gaan dat je, als je een eigendom hebt, het goed kan verkopen en kan leven van de opbrengst. Daardoor zou je dan niet meer ten laste zijn van de Belg of Unieburger. Dat is een veronderstelling die misschien niet mogelijk of wenselijk is. Het criterium is in strijd met de mededeling van de Europese Commissie, omdat lidstaten van de feitelijke situatie en niet van hypothetische omstandigheden moeten uitgaan.

Burgerlijke stand

Als je gehuwd bent, moet je bewijzen dat je echtgenoot of echtgenote zelf ook geen of onvoldoende middelen heeft om je te onderhouden. Als je niet of niet meer samenwoont met je echtgenoot of echtgenote, dan lijkt dat geen relevant criterium: de lidstaten moeten uitgaan van je feitelijke situatie.

Andere mogelijke criteria: je leeftijd en eventuele diploma’s

Soms gebruikt de DVZ criteria zoals je leeftijd en eventuele diploma’s die je hebt. Waarschijnlijk wil de DVZ zo nagaan of je in staat bent om jezelf te onderhouden, bijvoorbeeld door werk te zoeken. Dat is strijdig met de rechtspraak van het Hof van Justitie: het is niet van belang of het familielid in staat is om zelf in zijn onderhoud te voorzien door betaalde arbeid (HvJ 16 januari 2014, Reyes, C-423/12 en HvJ 18 juni 1987, Lebon, 316/85).

Wat als je al in België verblijft?

Het is mogelijk dat je al een tijd in België verblijft op het moment dat je de aanvraag gezinshereniging indient. Dat kan een wettig of een onwettig verblijf zijn.

DVZ zal je aanvraag in principe weigeren omdat je volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie ten laste moet zijn "in het land van oorsprong of herkomst" op het moment van de aanvraag gezinshereniging. Wel mag DVZ de eis dat het familielid in het herkomstland ten laste moet zijn niet kennelijk onredelijk invullen. Zo kan DVZ niet eisen dat er een afhankelijkheidsrelatie bestaat in het herkomstland tussen het familielid en de Belgische referentiepersoon, als er op dat ogenblik nog geen verwantschap bestond tussen beiden (RvV 29 februari 2016, nr.163.233).

‘Ten laste zijn’ is niet hetzelfde als een ‘verbintenis tot tenlasteneming’

De voorwaarde van ‘ten laste zijn’ is niet hetzelfde als een ‘verbintenis tot tenlasteneming’.

Een ‘verbintenis tot tenlasteneming’ slaat op de toekomst. De persoon die de verbintenis ondertekent verbindt zich ertoe om voor een bepaalde periode bepaalde kosten op zich te nemen, als die kosten zich voordoen. Het geldt als een bewijs van voldoende bestaansmiddelen en moet voorkomen dat de persoon voor wie de verbintenis ondertekend wordt, een beroep doet op de Belgische sociale bijstand.

Er bestaan 2 soorten verbintenissen tot tenlasteneming. De gemeente kan een verbintenis tot tenlasteneming afgeven voor een aanvraag van een toeristenvisum (bijlage 3bis) of voor een aanvraag van een studentenvisum (bijlage 32).

‘Ten laste zijn’ daarentegen, slaat op het nabije verleden tot op het moment van je aanvraag gezinshereniging. Het betekent dat je financieel of materieel ten laste bent van de Belg of Unieburger die je komt vervoegen. Het gaat om een feitelijke situatie, geen juridische verbintenis.

Soms gebeurt het dat een Belgische diplomatieke post in het buitenland of een gemeente in België eist dat je een bijlage 3bis voorlegt voor een aanvraag gezinshereniging. Dat is niet correct. De Belg of Unieburger moet de tenlasteneming in geen geval ondertekenen. 

Mag je als 'familie ten laste' werken in België?

Heb je een E of een F kaart? Dan kan je als familielid ten laste van een Belg of Unieburger werken zonder dat dit gevolgen heeft voor je verblijfsrecht.

Heb je de procedure gezinshereniging opgestart in België en ben je nog in het bezit van een bijlage 19 of oranje kaart? In deze fase van je procedure is het af te raden dat je werkt. Je hebt wel het recht om te werken, maar dit kan negatieve gevolgen hebben voor je verblijfsrecht. Je verblijfsrecht is nog voorlopig, in afwachting van een beslissing ten gronde van de DVZ over je aanvraag. De DVZ moet dus nog onderzoeken of je 'ten laste' bent van de Belg of Unieburger die je komt vervoegen. Daarbij houdt de DVZ niet alleen rekening met je situatie van vóór je aanvraag, maar ook met de periode van de bijlage 19 of oranje kaart. Als je in die periode werkt is dat volgens de DVZ het bewijs dat je financieel niet afhankelijk bent van de persoon die je komt vervoegen, aangezien je een eigen inkomen hebt. Je bent dan niet langer 'ten laste'. Deze redenering is juridisch betwistbaar. Volgens rechtspraak van het Hof van Justitie moet de noodzaak van materiële steun in het land van herkomst bestaan op het moment van de aanvraag gezinshereniging (HvJ 9 januari 2007, Jia, C-1/05). En dus niet meer na de aanvraag, in de lidstaat waar de Unieburger verblijft (Mededeling van de Europese Commissie van 2 juli 2009).

Mag je als 'familie ten laste' OCMW-steun genieten?

In principe kan het genieten van OCMW-steun geen afbreuk doen aan je hoedanigheid van 'familie ten laste' van een Belg of Unieburger (HvJ 18 juni 1987, Lebon, 316/85).

Heb je een E of een F kaart? Dan kan je als familielid ten laste van een Belg of Unieburger OCMW-steun genieten, voor zover je niet (tijdelijk) uitgesloten bent van het recht op steun. Dit kan soms wel negatieve gevolgen hebben voor je verblijfsrecht. Ga op de pagina's over gezinshereniging ('vijf jaar voorwaardelijk verblijf') na of het genieten van steun gevolgen kan hebben voor je verblijf.

Heb je de procedure gezinshereniging opgestart in België en ben je nog in het bezit van een bijlage 19 of oranje kaart? In deze fase van je procedure is het af te raden dat je OCMW-steun vraagt. Je hebt wel recht op steun (voor zover je niet uitgesloten bent), maar het kan negatieve gevolgen hebben voor je verblijfsrecht. Je verblijfsrecht is nog voorlopig, in afwachting van een beslissing ten gronde van de DVZ over je aanvraag. De DVZ moet dus nog onderzoeken of je 'ten laste' bent van de Belg of Unieburger die je komt vervoegen. Daarbij houdt de DVZ niet alleen rekening met je situatie van vóór je aanvraag, maar ook met de periode van de bijlage 19 of oranje kaart. Als je in die periode steun vraagt is dat volgens de DVZ het bewijs dat je financieel niet afhankelijk bent van de persoon die je komt vervoegen, aangezien je zelf OCMW-steun ontvangt. Je bent dan niet 'ten laste'. Deze redenering is juridisch betwistbaar. Volgens rechtspraak van het Hof van Justitie moet de noodzaak van materiële steun in het land van herkomst bestaan op het moment van de aanvraag gezinshereniging (HvJ 9 januari 2007, Jia, C-1/05). En dus niet meer na de aanvraag, in de lidstaat waar de Unieburger verblijft (Mededeling van de Europese Commissie van 2 juli 2009). Bovendien kan het genieten van steun geen afbreuk doen aan je hoedanigheid van 'familie ten laste'.

 

Extra informatie