Een beslissing tot uitwijzing kan gepaard gaan met een inreisverbod.

Een inreisverbod ontzegt je de toegang tot het grondgebied van:

  • alle EU-lidstaten, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Ierland
  • Zwitserland
  • Noorwegen
  • IJsland
  • Liechtenstein 

Voor wie?

Alleen derdelanders in onwettig verblijf kunnen een inreisverbod krijgen. Er kan echter geen inreisverbod worden opgelegd aan:

  • Derdelanders die de toegang tot het grondgebied geweigerd wordt.
  • Derdelands familieleden van een Unieburger die gebruik maakt van zijn recht op vrij verkeer.
  • Onderdanen van IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland
  • Slachtoffers van mensenhandel, die geen bedreiging vormen voor de openbare orde, openbare veiligheid en nationale veiligheid. 

De DVZ kan beslissen geen inreisverbod op te leggen omwille van humanitaire redenen. Bijvoorbeeld als je een procedure tot gezinshereniging wil opstarten. 

Bij de oplegging van een inreisverbod moet rekening gehouden worden met fundamentele rechten zoals het recht op asiel, recht op privé- en gezinsleven, recht op vrijheid van meningsuiting en religie, vrij verkeer van Unieburgers en hun familieleden.

In welke gevallen?

Er wordt een inreisverbod opgelegd wanneer:

  • Je een vorig BGV niet hebt gerespecteerd
  • Je BGV een termijn van 0 dagen voorziet. Dit is mogelijk in geval van:
    • een risico op onderduiken
    • het niet respecteren van een preventieve maatregel 
    • een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
    • fraude
    • een derde, vierde, ... asielaanvraag zonder nieuwe elementen

De preventieve maatregelen die genomen kunnen worden in een BGV om het risico op onderduiken te voorkomen, zijn:

  • zich aanmelden bij de burgemeester, de politie of de DVZ
  • een financiële garantie stellen
  • een kopie van je identiteitsdocumenten afgeven

Als je de preventieve maatregelen niet respecteert, kan de DVZ je een nieuw BGV met een inreisverbod opleggen.

Duur

De overheid moet bij het bepalen van de duur van het inreisverbod een evenredigheidstoets in acht nemen. Dit betekent dat de duur van een inreisverbod moet worden bepaald aan de hand van de relevante omstandigheden van het geval. De DVZ moet de duur van het inreisverbod motiveren. Bovendien moet de duur van het inreisverbod evenredig zijn aan het doel of de reden tot oplegging ervan.

De Dienst Vreemdelingenzaken legt een inreisverbod op met een duur van maximum 3 jaar wanneer:

  • je beslissing tot uitwijzing geen termijn voor vrijwillig vertrek voorziet (BGV met 0 dagen)
  • je geen vrijwillig gevolg gaf aan een eerdere uitwijzingsbeslissing

In de praktijk houdt de DVZ pas rekening met het eerste bevel dat afgeleverd werd na 1 juli 2012. Dat is de datum van de inwerkingtreding van het Terugkeerbesluit. Op dat eerste BGV staat in principe een termijn van 30 dagen en is zonder inreisverbod, tenzij in geval van gevaar voor de openbare orde. Als je binnen de termijn van 30 dagen geen gevolg gaf aan het BGV, dan levert de DVZ een tweede BGV af met een termijn van 0 tot 7 dagen, met een inreisverbod.

Een duur van maximum 5 jaar wordt opgelegd als:

  • je fraude pleegde of onwettige middelen gebruikt om een verblijfsrecht te verkrijgen of te behouden
  • je een huwelijk, een partnerschap of een adoptie uitsluitend hebt aangegaan om toegelaten te worden tot verblijf of om je verblijfsrecht te behouden

Als je een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid, kan een inreisverbod van meer dan 5 jaar worden opgelegd.

Gevolgen van het inreisverbod

Je mag gedurende de vastgestelde periode het grondgbebied van de Schengenzone niet betreden, met uitzondering van de lidstaat waar je een verblijfsrecht hebt.

Een inreisverbod gaat gepaard met een signalement in het Schengeninformatie-systeem II (SIS II). Via dit systeem kunnen de lidstaten controleren of een inreisverbod werd opgelegd. Dit informatiesysteem omvat namelijk alle signalementen met het oog op de weigering van toegang of het verbod van verblijf van onderdanen van derde landen.  

Je mag alleen andere lidstaten doorkruisen als die op je weg liggen om de Schengenzone te verlaten wanneer je gevolg geeft aan het inreisverbod. Je moet kunnen bewijzen dat je de beslissing uitvoert.

Als je een machtiging tot verblijf aanvraagt nadat je een inreisverbod is opgelegd, wordt je aanvraag onontvankelijk verklaard, tenzij het gaat om een asielaanvraag of een aanvraag artikel 9ter.

Op grond van rechtspraak van het Hof van Justitie (HvJ, Commissie v. Spanje, C-503/03 van 31 januari 2006) moet het mogelijk zijn een aanvraag tot gezinshereniging met een Unieburger in te dienen, ook al werd voordien een inreisverbod opgelegd.

Opheffing en opschorting

Je kan opheffing of opschorting van het inreisverbod aanvragen:

  • om humanitaire redenen (bijvoorbeeld medische redenen, specifieke familiale redenen, gezinshereniging, risico op schending van het EVRM). Je kan dit op elk moment aanvragen.
  • om studie- of professionele redenen. Je kan dit aanvragen nadat 2/3 van de totale looptijd van het inreisverbod verstreken is.
  • als je het bewijs kan leveren dat je tijdig gevolg gegeven hebt aan het BGV.

Je dient de aanvraag tot opheffing of opschorting van het inreisverbod in samen met je visumaanvraag bij de bevoegde diplomatieke of consulaire post in het buitenland. Alleen als je kan bewijzen dat je tijdig gevolg hebt gegeven aan een eerder afgeleverd bevel, kan je de aanvraag tot opheffing of opschorting samen met je aanvraag tot machtiging tot verblijf of je visumaanvraag rechtstreeks richten aan de DVZ.

De DVZ neemt een beslissing in het kader van haar discretionaire bevoegdheid. Dat betekent dat je geen recht op intrekking of opschorting kan doen gelden.

De wettelijke behandelingstermijn van de aanvraag bedraagt maximum 4 maanden. Als er niet tijdig een beslissing werd genomen, dan wordt de beslissing geacht negatief te zijn.

Tijdens het onderzoek van de aanvraag heb je geen recht op toegang tot of verblijf op het grondgebied.

Verblijfsrecht en inreisverbod

Een lidstaat die je een verblijfsrecht wil toekennen terwijl je eerder een inreisverbod hebt opgelegd gekregen door een andere lidstaat, moet met laatstgenoemde lidstaat overleg plegen en diens belangen respecteren. De lidstaat kent je alleen een verblijfstitel toe wegens humanitaire redenen of internationale verplichtingen. Wanneer een verblijfstitel wordt afgegeven, dan trekt de andere lidstaat de SIS-signalering in. Je staat dan niet langer gesignaleerd voor het hele Schengengrondgebied met het oog op je verwijdering. De lidstaat kan je nationaal signaleren. 

Hetzelfde gaat op als je al een verblijfsrecht toegekend hebt gekregen en je door een andere lidstaat wordt gesignaleerd. Ook dan is er overleg. De signalerende lidstaat trekt de SIS-signalering in wanneer je verblijfstitel niet wordt ingetrokken. De signalerende lidstaat kan je wel in zijn nationale signaleringslijst opnemen.

De intrekking van de SIS-signalering houdt automatisch een intrekking van het inreisverbod in. 

Beroep

Tegen de beslissing tot weigering van opheffing of opschorting kan je een beroep indienen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). Ook wanneer die beslissing stilzwijgend was.

Tegen de beslissing tot inreisverbod kan je vanaf de dag na de betekening een annulatieberoep bij de RvV indienen. 

 

Extra informatie